naslag
> kunststromingen
|
| Kunststromingen |
|
Een beknopt overzicht van de bekendste stromingen in de kunst in het
algemeen. art deco - art nouveau -
barok - biedermeier -
classicisme
- cobra - cubisme -
dada
- expressionisme - fauvisme -
futurisme - gotiek -
impressionisme - jugendstil - magisch-realisme -
maniërisme -
naturalisme - nieuwe zakelijkheid - pointillisme -
pop-art - realisme - renaissance -
rococo - romaans - romantiek -
surrealisme - symbolisme
|
|
|
|
magisch-realisme
- De term wordt vooral gebruikt als aanduiding voor een aantal
Nederlandse schilders die in de jaren '20 en '30 hun weergave van de
werkelijkheid een vervreemdend karakter meegeven. Kunstenaars als
Pyke Koch en Carel Willink scheppen met hun zorgvuldige,
realistische schilderstijl en het koele, kunstmatige licht een
onheilspellende sfeer in hun werk. Vaak verwijzen hun onderwerpen
naar dood, dreiging en verval. Het Magisch Realisme is verwant met
het surrealisme.
- De term wordt vooral gebruikt als aanduiding voor een aantal
Nederlandse schilders die vanaf de jaren `20 en `30 actief waren.
Temidden van een kunstwereld waarin steeds abstracter en
expressiever geschilderd werd, grepen de magisch realisten juist
terug op het realisme. De Magisch realisten creëerden in hun
voorstellingen een nieuwe, eigen werkelijkheid. Door de combinatie
van wel en niet bestaande elementen, door het spel van licht en
kleur en door de technisch perfecte afwerking maakten zij
geheimzinnige, soms dreigende schilderijen die hun weergave van de
werkelijkheid een vervreemdend karakter meegaven. De voorstellingen
zijn dikwijls wel mogelijk, maar niet waarschijnlijk. Vaak verwijzen
hun onderwerpen naar dood, dreiging en verval.
- In de literatuur in de jaren 1950-1970 kreeg de term een heel
eigen betekenis, met schrijvers als Johan Daisne en Hubert Lampo.
Het magisch-realisme wil de wereld en het leven weergeven als een
onverbreekbare eenheid van realiteit en droom, die tevens een
bovenzinnelijke dimensie bezit. Het combineert de weergave van
realiteit en fictie met als resultaat een nieuwe, psychologisch
samenhangende werkelijkheid.
- Vertegenwoordigers:
- literatuur: Johan Daisne "De trein der traagheid",
Hubert Lampo "De komst van Joachim Stiller"
- schilderkunst: Raoul Hynckes, Dick Ket, Pyke Koch, Wim
Schuhmacher, Carel Willink
- Voorbeelden: Koch "Rustende slaapwandelaarster"
-

|
maniërisme
- Met Maniërisme wordt de periode 1530-1600, dat wil zeggen de tijd
tussen de Renaissance en de Barok, aangeduid. Men onderscheidt hier
een van beide genoemde tijdperken afwijkende stijl, die veelal
negatief wordt beschouwd als gekunsteld. Voor het gebied ten noorden
van de Alpen wordt de term gebruikt voor kunstenaars die
Renaissance-elementen in hun kunst verwerkten. De Haarlemse Maniëristen,
zoals Hendrick Goltzius (1558-1617) en Karel van Mander (1548-1606),
vormen hier een duidelijk voorbeeld van. Verworvenheden van de
Italiaanse kunst waren een belangrijke elementen in hun oeuvre. Maar
in het Maniërisme domineerden gekunstelde houdingen en enigszins
overdreven proporties.
-
Er zijn vele definities in omloop over het
woord maniërisme die elkaar inhoudelijk gezien niet volledig
dekken. Gewoonlijk wordt het maniërisme gerekend tot de
renaissance. Men deelt de renaissance dan op in vroege renaissance
(1420-1500), hoge renaissance (1500-1530) en het maniërisme
(1530-1600). Bij deze indeling hoort echter een kanttekening. Het
oeuvre van sommige kunstenaars die gerekend worden tot de hoge
renaissance bevat werk wat soms geruime tijd na 1530 vervaardigd is.
(Michelangelo stierf immers pas in 1564 en Titiaan in 1576). Dit
werk wordt echter wel tot de hoge renaissance gerekend. Men spreekt
gewoonlijk van Maniërisme als de kunstenaar in kwestie na 1520 zijn
gerijpt. De stijl van het maniërisme is sterk beïnvloed door het
werk van Titiaan, Rafaël en Michelangelo.
Terwijl tijdens de vroege renaissance en de hoge renaissance het
natuurlijke en harmonie nagestreefd werden in de beeldende kunst
werden gedurende het maniërisme het kunstmatige en de disharmonie
nagestreefd. Allerlei regels betreffende bijvoorbeeld de weergave
van de mens die gebaseerd waren op de klassieke kunst en de natuur
(anatomie) werden losgelaten. In plaats van de klassieke
geproportioneerde figuren kwam men tot lange en zeer slanke figuren
met relatief kleine hoofden. Ook in de architectuur neemt men
afstand van veel regels die er geformuleerd waren om harmonie en het
klassieke schoonheidsideaal te bereiken.
De kunst van het maniërisme is dynamischer en soms zelfs wat
pathetisch. Het maniërisme vormt dan ook een overgangsvorm tussen
de renaissance en de barok. Vertegenwoordigers zijn bijvoorbeeld
Parmigianino, Tintoretto, El Greco, Giovani Bologna, Guilio Romano
en Giorgio Vasaci
-
Vertegenwoordigers:
-
beeldhouwkunst: Bandinelli, Giovani
Bologna, Benvenuto Cellini
-
schilderkunst: El Greco, Parmigianino,
Tintoretto
-
Voorbeelden: El Greco "De doop van
Christus"
- Tintoretto "Christus bij het Meer van Galilea" 

|
naturalisme
- Het Naturalisme was een kunststroming die aan het einde van de
19de eeuw haar bloeitijd beleefde. De Naturalisten verweten de
Romantiek en de School van Barbizon dat zij slechts de aangename
kanten van het leven hadden belicht. De Naturalisten wilden
daarentegen in hun kunst aandacht besteden aan de noden van de mens
en de hardheid van het bestaan. Onbarmhartig wilden zij de
werkelijkheid weergeven, zowel in woord als in beeld.
- Het Naturalisme sluit aan bij het realisme doordat de werkelijkheid zo natuurgetrouw mogelijk wordt weergegeven. Belangrijker nog is dat een naturalist ervan uitgaat dat de mens een product is van erfelijkheid, omgeving en opvoeding. Men spreekt in dit verband ook wel van determinisme.
- Vertegenwoordigers:
- literatuur: Emile Zola, Herman Heijermans, Louis Couperus,
Marcellus Emants "Een nagelaten bekentenis"
- schilderkunst: Edouard Manet, Vincent van Gogh
- Voorbeelden: van Gogh "De aardappeleters"


|
nieuwe zakelijkheid
- Schilderkunst: deze realistische stroming vormde in de periode
1923-1940 een reactie op het Expressionisme; er werd 'objectief' en
uiterst nauwkeurig geschilderd.
- Architectuur: een andere veelgebruikte benaming is het Nieuwe Bouwen, beide stijlen hebben een grote verwantschap. Architecten streefden naar de verbetering van de woning en verhoging van het woongenot. Eerste decennia van de 20e eeuw. In Nederland bereikte de stroming haar hoogtepunt tijdens en na de Eerste Wereldoorlog, met mensen als Oud, Dudok, Berlage, van Loghem, Brinkman en van der Vlugt. De term is een vertaling van het Duitse Neue Sachlichkeit en duidt het streven aan naar een volkomen objectief en statisch realisme. Vooral door het optreden van Rietveld en Berlage ging de beweging al spoedig over in het Functionalisme.
- Literatuur: stroming in de Nederlandse literatuur tussen beide
Wereloorlogen, met een typische "koele" stijl gekenmerkt
door korte zinnen met weinig adjectieven die een zakelijke,
onbewogen beschrijving vormen. Met schrijvers zoals F. Bordewijk (Bint)
en W. Elschot.
- Voorbeelden: Berlage Gemeentemuseum Den Haag


|
pointillisme
- Pointillisme of Divisionisme is een vorm van Neo-impressionisme.
De kleuren worden onvermengd als stippen naast elkaar gezet, de
kleurmenging vindt plaats op het netvlies van het oog. We spreken
wel van optische kleurmenging. De pointillisten baseerden zich op
wetenschappelijke theorieën.
- Een artistieke stroming in Frankrijk ontstaan, als uitloper van het impressionisme en waarbij het de bedoeling was het licht te accentueren, bij het schilderen, door het analyseren van de kleur.
Bij de eerste pogingen van Georges Seurat, in 1882, had men het oorspronkelijk over
divisionisme. Het bleef inderdaad bij het naast elkaar plaatsen van kleine zuivere, complementaire kleurvlekken, die de gewenste kleurtint produceren in het oog van de kijker, onder invloed van simultane contrasten. Verfijnd tot puntjeswerk had Seurat het, in 1884, over "chromoluminarisme" in zijn werk "Een zwempartij te Asnières".
De techniek werd uiteindelijk als te wetenschappelijk bekeken. Toch werd
hij, na 1904, een der voornaamste bronnen voor het fauvisme en het
expressionisme. Ook het latere cubisme en het
futurisme ontliepen de invloed van het divisionisme niet.
- Vertegenwoordigers: Georges Seurat, Paul Signac, Camille Pissarro
- Voorbeelden: Seurat "Une baignade, Asnieres"
- Signac "Port St. Tropez" 

|
pop-art
- Pop Art is een afkorting van Popular Art. De stroming ontstond
vrijwel tegelijkertijd in Londen en New York. Pop Art streeft een
onpersoonlijke kunst na. Zij kiest haar onderwerpen uit het
dagelijkse leven en heeft daarbij vaak voorkeur voor banale en
vulgaire uitingen van massacultuur. Haar onderwerpen worden
enerzijds vaak herhaald afgebeeld, tot vervelens toe; anderzijds
werden voorwerpen bovenmatig uitvergroot of werd een onbelangrijk
detail geïsoleerd getoond of afgebeeld.
- Vertegenwoordigers: David Hockney, Andy Warhol
- Voorbeelden: Warhol "Campbell's soup 1"
- Warhol "Marilyn"
- Hockney "Pool with three blues" 

|
realisme
- Stroming in de 19de eeuw waar het eigentijdse leven onderwerp is,
naar de eigen waarneming van de kunstenaar. Een gemeenschappelijk
kenmerk van het realisme is een aan de werkelijkheid ontleende
beeldtaal. De stroming ontstond in het midden van de 19de eeuw, toen
onder meer Courbet en Millet een letterlijke weergave van de
dagelijkse werkelijkheid nastreefden. Het onderwerp van hun
schilderijen was vaak de arbeidende bevolking.
- Vertegenwoordigers:
- schilderkunst: Gustave Courbet, J.F. Millet
- Voorbeelden: Courbet "De steenkloppers"
- Millet "De arenleesters" 

|
renaissance
- De term betekent letterlijk wedergeboorte. De stijl kenmerkt zich
door een herleving van de belangstelling voor de klassieke kunst.
Daaruit komt het gebruik van klassieke motieven, decoratie- en
bouwvormen, de verzelfstandiging van de beeldhouwkunst, die niet
langer afhankelijk was van de architectuur en de belangstelling voor
de menselijke figuur voort. Italië wordt beschouwd als de bakermat
van deze stijl.
Men onderscheidt verschillende periodes; zo wordt het tijdperk 1420
tot 1500 aangeduid als de vroeg- Renaissance, de tijd tussen 1500 en
1530 als de hoog-Renaissance en de jaren tussen 1530 en 1600 als het
Maniërisme.
Vanuit Italië verspreidde de stijl zich over heel Europa, maar
ieder land gaf haar eigen lokale gezicht aan de Renaissance. Men
spreekt dan ook wel van Franse, Nederlandse, Duitse, enz.
Renaissance.
- Vertegenwoordigers:
- architectuur: F. Brunelleschi, L.B. Alberti
- beeldhouwkunst: Donatello, Michelangelo
- literatuur: F. Petrarca, P. de Ronsard, Lope de Vega, P.C.
Hooft, J. van den Vondel
- schilderkunst: S. Botticelli, Masaccio, da Vinci,
Michelangelo, Raphael, Titiaan
- Voorbeelden: Botticelli "La primavera"
- da Vinci "La Gioconda"
- da Vinci "Pieta"
- Donatello "David"
- Brunelleschi Dom van Florence

|
rococo
- De Rococo is in de eerste plaats een decoratiestijl in de bouwkunst
en de toegepaste kunsten. Vooral in de periode tussen 1730 en 1780
beleefde zij haar hoogtepunt. De stijl kan als elegant, sierlijk en
gracieus omschreven worden. Zij ontstond in Frankrijk uit de barok,
maar haar bloei vond plaats in Duitsland. De gebruikte kleuren zijn
veelal licht: roze, wit, lichtblauw, lichtgeel, vaak met goud
opgewerkt. Veel gebruikte motieven zijn schelpen en koralen
("rocaille").
- Vertegenwoordigers:
- beeldhouwkunst: Bouchardon
- schilderkunst: J.H. Fragonard
- Voorbeelden: Bouchardon "Cupido"
- Fragonard "Le verrou" 

|
romaans
- Middeleeuwse stijl in West-Europa tussen ca. 1000-1250. Kenmerkend
voor de Romaanse bouwkunst zijn onder andere de zware volumes en de
rondbogen. De Romaanse schilderkunst onderscheidt zich door platte
vlakken, vormen zonder diepte, vaak door contourlijnen omgeven.
- De Romaanse bouwstijl is voor een belangrijk deel ontstaan uit de
behoefte om stenen kerken te bouwen die bestand waren tegen
brandstichting (van bijvoorbeeld de plunderende Noormannen). De
Romaanse stijl is dan ook bij uitstek een kerkbouwstijl. In ieder stad
werd één kerk gebouwd, waarin de hele bevolking van die stad de
diensten moest kunnen bijwonen.
- Voorbeelden: kathedraal van Pisa
- altaarbeschildering van Seu d'Urgell o dels Apòstols 

|
romantiek
- Romantiek is een aan het einde van de 18de eeuw opgekomen nieuwe
visie op de kunst en de werkelijkheid. Grofweg gezegd, daar waar in
het verleden de kunstenaar de vertolker van andermans gedachtengoed
was en gebonden was aan allerlei regels, stelde de Romantiek de
persoonlijkheid van de kunstenaar, zijn gevoel en verbeelding
centraal. Deze diende zijn gevoelens en gedachten uit te drukken in
zijn kunstwerken. Niet langer speelden bijbelse, mythologische en
klassieke verhalen de hoofdrol, maar werd ook ruimte geschapen voor
sagen, legenden en andere motieven die niet tot het geijkte repertoire
hoorden. Voortaan bepaalde de kunstenaar wat hij afbeeldde en hoe hij
het afbeeldde.
- Vertegenwoordigers:
- architectuur: C.F.A. Voysey, P. Webb
- beeldhouwkunst: J.B. Carpeau, F. Rude,
- literatuur: Keats, Shelley, Goethe, Schiller
- muziek: Berlioz, Chopin, Dvorak, Grieg, Liszt, Schumann, Wagner
- schilderkunst: Constable, Gainesborough, Turner
- Voorbeelden: Gainesborough "Landscape with a bridge"
- Voysey "Moorcrag"
- Rude "La Marseillaise" (Arc de Triomphe) 

|
surrealisme
- Het Surrealisme zag in 1924 te Parijs het licht met het
'Surrealistisch Manifest' van André Breton. Het Surrealisme richtte
zich vooral op het opheffen van de scheiding tussen het innerlijk, het
onbewuste en de uiterlijke wereld. Associatie, de droom, het irreële,
automatisme, e.d. spelen allemaal een rol in het streven naar het
uitbeelden van een andere, nooit gedachte of geziene werkelijkheid.
Hoewel de surrealistische groep al voor de Tweede Wereldoorlog uiteen
was gevallen, is de invloed van de stroming blijven voortbestaan.
- Het doel van de surrealisten was het verkennen van de psyche. Ze
wilden de werelden van droom en werkelijkheid samensmeden tot één
realiteit, een surrealiteit. Daartoe beeldden zij onbestaande
situaties met mensen en voorwerpen in absurde samenhangen uit. Deze
onwezenlijke werelden werden realistisch geschilderd, met grote zorg
voor detail.
- Vertegenwoordigers:
- filmkunst: Luis Bunuel
- literatuur: Louis Aragon, André Breton, Paul Eluard,
- schilderkunst: Salvador Dali, Max Ernst, René Magritte, Miro
- Voorbeelden: Dali "The visage of war"
- Magritte "Chateau des Pyrenees"
- Ernst "Oidipus rex"

|
symbolisme
- Beweging in de beeldende kunst en literatuur die door middel van
symbolen verwijst naar bepaalde ideeën, gevoelens of
geesteshoudingen. De stijl is vaak realistisch en bevat decoratieve
elementen.
- Vertegenwoordigers:
- literatuur: Charles Baudelaire, Arthur Rimbaud, Paul Verlaine,
Jan Toorop
- schilderkunst: Edvard Munch, Jan Toorop (NL), Jean Delville (B),
Fernand Khnopff (B)
- Voorbeelden: Munch "De schreeuw"
- Khnopff "Art, ou les caresses"
- Delville "Orpheus" 

|