naslag
> kunststromingen
|
| Kunststromingen |
|
Een beknopt overzicht van de bekendste stromingen in de kunst in het
algemeen. art deco - art nouveau -
barok - biedermeier - classicisme
- cobra - cubisme - dada
- expressionisme - fauvisme - futurisme -
gotiek -
impressionisme - jugendstil - magisch-realisme -
maniërisme -
naturalisme - nieuwe zakelijkheid -
pointillisme -
pop-art - realisme - renaissance -
rococo - romaans -
romantiek -
surrealisme - symbolisme
|
|
|
|
art deco
- Afgeleid van het Franse Arts Decoratifs. Het is een decoratieve stijl (ca.1910-ca.1940) die in de jaren '20 en '30 zeer populair was, vooral in de kunstnijverheid, vormgeving en architectuur. De stijl kwam voort uit een reactie op de
Art Nouveau en de Jugendstil en wordt gekenmerkt door een strakke en eenvoudige vormgeving, abstractie en fel kleurgebruik o.i.v. het
Expressionisme en het Cubisme.
Hij had veel invloed op bijna alle vlakken van het dagelijkse leven,
o.m. architectuur, binnenhuisinrichting, juwelen, kleding,
meubelair.
- De term "Art Déco" is ontleend aan de Exposition des
Arts Décoratifs, een tentoonstelling die in 1925 in Parijs werd
gehouden en die een nieuwe stijl in de kunstnijverheid en
architectuur belichtte. Een uiterst decoratieve en veelkleurige,
maar ook functionele en vooral vernieuwende stijl.
Na de Eerste Wereldoorlog had men geen boodschap meer aan het
verleden en de ontwerpers speelden in op de interessen van de nieuwe
tijd; snelheid, reizen en luxe. Hun afnemers waren mensen die zich
geheel richtten op de internationale, commerciële wereld.
Verschillende invloeden en modetrends hebben deze jaren gekenmerkt.
Het tijdperk van mechanisatie en industrialisering was in volle
gang. De combinatie van meer vrije tijd en mobiliteit bood alle
gelegenheid om exotische landen te bezoeken. In Art Déco zijn dan
ook onder andere invloeden terug te vinden van de geometrische
vormen van de Azteken, van de primitieve kunst uit Afrika en van
Japanse interieurs, maar ook van kleuren en materialencombinaties
die herleid kunnen worden tot het graf van Toetanchamon, dat in 1922
werd ontdekt.
- Vertegenwoordigers: René Lalique (glaswerk) - Jacques-Emile Ruhlmann
(meubelen) - Ludwig Mies van der Rohe (architectuur, meubelen)
- Typische voorbeelden: lamp
- meubel
- gebouw
- R. Lalique
- "Barcelona" Mies van der Rohe
- bureau Ruhlmann 

|
art nouveau
- Art nouveau is de Franse benaming voor het Duitse begrip
Jugendstil. Het was een internationaal wijdverbreide stroming in de
periode van ongeveer 1895-1914. De naam Jugendstil is ontleend aan
het in 1896 in München opgerichtte kunsttijdschrift Jugend.
De kunstenaars uit deze stroming zetten zich af tegen de
historiserende neo-stijlen en streefden naar een vernieuwing van de
kunst. De ornamentaal-decoratieve stijl kenmerkt zich door de
gestileerde, organische, vaak a-symmetrische vormen van ornamenten
en arabesken. Vooral in kunstnijverheid en architectuur kwam de
Jugendstil tot grote bloei.
- Kunstenaar uit de art nouveau wilden het onderscheid tussen de
"grote" en "kleine" kunst wegwerken. Zij wilden
alle kunsten samenbrengen, en ze centreren rond de mens en zijn
leven. Omdat de architectuur een directe invloed heeft op het leven
van de mens, zagen zij deze als de centrale kunstvorm waarin alle
andere vormen op natuurlijke wijze worden geïntegreerd.
Architectuur werd zo beschouwd als een totale kunstvorm en ieder
detail of voorwerp in een gebouw moest deel uitmaken van het geheel.
- Belangrijke namen: Victor Horta, Henry Van de Velde
- Typische voorbeelden: interieur Horta
- gevel
- lamp
- "Bloemenwerf" H. Van de Velde 

|
barok
- De Barok is de belangrijkste Europese kunststijl tussen 1600 en 1750.
De naam zou afgeleid zijn van het Portugese woord 'barocco', een
onregelmatige gevormde parel. Het woord wordt in de eerste helft van de
19de eeuw voor het eerst gebruikt en diende als aanduiding voor de
stijl, die zich tussen Renaissance en het Classicisme bevindt.
De Barok wordt gekenmerkt door een sterke beweging van de vormen, de
uitdrukking van kracht en de opheffing van de grenzen tussen de
schilder-, beeldhouw- en bouwkunst. Andere kernbegrippen zijn de sterke
plastiek, de nadruk op pathos, de voorkeur voor pracht en praal en de
vergroting van de afmetingen van kunstwerken. Ieder Europees land heeft
zijn eigen barokstijl.
- Vertegenwoordigers:
- archirectuur: Bernini baldakijn St. Pieter Rome

- beeldhouwkunst: Bernini "St. Theresa"

- muziek: Bach, Händel, Monteverdi, Vivaldi
- schilderkunst: Rembrandt "De nachtwacht"
,
Rubens "De kruisafneming" 

|
Biedermeier
- Stijlperiode van omstreeks 1815 tot 1850 in Noordwest-Europa. Vooral
op de meubelkunst is dit begrip van toepassing. Ze wordt gekenmerkt door
een streven naar behaaglijkheid en huiselijke degelijkheid. In de
(Duitse) literatuur: verbondenheid met de "Heimat",
religiositeit, afwijzen van passies.
- Voorbeelden: typisch interieur
- stoelen 

|
classicisme
- Classicisme is een aanduiding van een richting in de beeldende kunst
en de bouwkunst die zich inspireert op de idealen en de vormgeving van
de klassieke kunst van de oudheid. Het classicisme in de schilderkunst
heeft zich in de tweede helft van de 17de eeuw over heel Europa
verspreid. In het algemeen bleef het beperkt tot het gebruik van
klassieke motieven die men in de literatuur of op munten, reliëfs en
dergelijke aantrof. Taferelen uit de Griekse en Romeinse mythologie en
geschiedenis werden als onderwerp gekozen, zonder dat men daarbij de
klassieke compositieschema's of de vormentaal overnam.
- Vertegenwoordigers:
- architectuur: Louis Le Vau Versailles
,
Jacob van Campen "Mauritshuis" 
- literatuur: Molière, Racine
- schilderkunst: J.L. David "Dood van Socrates"
- Poussin "De triomf van Neptunus" 

|
cobra
- CoBrA werd in 1948 in Parijs opgericht. De groep vormde een tijdelijk
samenwerkingsverband tussen kunstenaars uit Denemarken, Nederland en
België. De naam is een samentrekking van de namen van de hoofdsteden
Copenhagen, Brussel en Amsterdam. De groep, waartoe onder meer de Belg
Dotremont, de Deen Asger Jorn en de Nederlanders Appel, Constant en
Corneille behoorden, rebelleerde tegen de paus van het surrealisme, André
Breton. Zij wilden een nieuwe richting inslaan en gingen uit van tot dan
toe veronachtzaamde uitingen als kindertekeningen, kunst van
krankzinnigen en primitieve kunst. Inspiratie vonden ze eveneens in
volksverhalen, mythes en legenden. Hun werk kenmerkt zich door een
vitale manier van schilderen, het gebruik van spontane voorstellingen,
een fel kleurenpalet en het weergeven van hevige emoties. In 1952 werd
de groep ontbonden.
- Voorbeelden: Appel "Vliegende vis" (houtsculptuur)
- Appel "Kat"
- Constant "Labyrisme 7"
- Corneille "Caresse"
- Jorn "Jouyous journey" 

|
cubisme
- Het cubisme is een revolutionaire kunststroming waarvoor Georges
Braque en Pablo
Picasso in 1907 het fundament legden. De stroming kan in drie
perioden verdeeld worden: de geometrische (1907-10), de analytische
(1910-12) en de synthetische (1912-20), met sterke cesuur in 1914 bij
het uitbreken van WO I. Kenmerkend voor het cubisme is het streven om
het meest karakteristieke van een vorm weer te geven. De werkelijkheid
wordt vertaald in geabstraheerde, geometrische vormen, waarbij
verschillende gezichtshoeken in een beeld worden gecombineerd. Een
veelgebruikte techniek was de collage, waarbij verschillende materialen
als olieverf, krantenpapier, textiel e.d. werden gecombineerd.
- Voorbeelden: Braque "Candlestciks and playing cards"
- Picasso "De gitaarspeler" 

|
dada
- Dada ontstond in 1916 te Zürich. Deze anti-stroming, eerder een
mentaliteit dan een stijl, richtte zich allereerst tegen oorlog en misère.
Later werden alle vormen van het leven, de cultuur en de kunst op
provocatieve wijze onder handen genomen. Men probeerde de zin in de
onzin voelbaar te maken. Het surrealisme
vond in het dadaïsme haar oorsprong en dada had ook een enorme invloed
op de moderne kunst.
- Deze nihilistische kunststroming bloeide korte tijd (1916-1920) in
Frankrijk, Zwitserland en Duitsland. Ze was gebaseerd op de
principes van opzettelijke irrationaliteit, anarchie en cynisme, en
het afwijzen van de wetten van schoonheid en maatschappelijke
organisatie.
- Belangrijke vertegenwoordigers: Louis Aragon, André Breton,
Marcel Duchamp, Paul Eluard, Max Ernst, Man Ray
- Voorbeelden: Duchamp "Tu-M"
- Ernst "Démonstration hydrometrique à tuer par la
temperature" 

|
expressionisme
- Het expressionisme beleefde als stroming haar hoogtepunt in het
eerste kwart van de 20ste eeuw. Zij deformeert de realiteit op een
dusdanige wijze dat de weergave daarvan in een kunstwerk het symbool kan
worden van de emoties en spanningen, die de kunstenaar wil uitdrukken.
Op een directe en spontane wijze wordt de innerlijke gevoelswereld tot
uitdrukking gebracht. Vooral in Duitsland - met kunstenaarsgroepen als
de Brücke
en Der
Blaue Reiter -, en in Frankrijk, Vlaanderen en Nederland was het expressionisme sterk vertegenwoordigd.
- Net zoals het futurisme in de schilderkunst, richt het expressionisme
zich niet naar de "oppervlakkige" weergave, maar
richt zich integendeel op de onderliggende idee. Het kunstwerk
is een esthetisch artefact waarin het diepste van de kunstenaar tot
expressie komt. Men maakt de overgang van uiterlijke waarneming naar
verinnerlijking, naar het zoeken naar de essentie, het doordringen
tot de abstracte onderliggende idee.
- Vertegenwoordigers:
- filmkunst: Frizt Lang "Metropolis"
- literatuur: Franz Werfel, Paul van Ostaijen, Hendrik Marsman
- schilderkunst: Kandinsky, Kirchner, Kokoschka, Gustaaf De Smet,
Constant Permeke, Frits Van den Berghe
- Voorbeelden: Kandinsky "Contrasting sounds"
- Kirchner "Fünf Frauen"
- Permeke "Moederschap"
- De Smet "Boten in de haven"

|
fauvisme
- De term is afkomstig van de uitdrukking 'les bêtes fauves' (de
wilde beesten). Hiermee wordt vanaf ongeveer 1905 een groep
kunstenaars in Frankrijk aangeduid die gebruik maakten van felle
onvermengde kleuren, een heftige lijnvoering, geen modellering door
middel van licht en schaduwwerking wilden en niet de illusie van
ruimte nastreefden. Ze werden beïnvloed door Van Gogh en Gaugin en
waren zelf de voorlopers van het expressionisme.
- Vertegenwoordigers: Paul Cezanne, Andre Derain, Henri Matisse,
Maurice de Vlaminck
- Voorbeelden: Cezanne "Weg in Montgeroult"
- Matisse "La musique"
- Derain "Barges de la Seine" 

|
futurisme
- Avant-gardistische beweging in Italië en later ook in Rusland. In
1909 proclameerde de Italiaanse dichter Marinetti zijn "Futuristisch
Manifest". Het futurisme (1908-ca.1918) was een veelomvattende
cultureel maatschappelijke beweging die de moderne tijd met zijn
nieuwe technieken en machines verheerlijkte. Mobiliteit, dynamiek,
kracht en dramatiek zijn kenmerkende aspecten van het futurisme. Ook
de Sovjet Unie kende een futuristische beweging (ca.1911-ca.1917).
- Vertegenwoordigers:
- architectuur: Antonio Sant'Elia
- literatuur: Marinetti, Maiakovski
- schilderkunst: Boccioni
- Voorbeelden: Boccioni "Les adieux"
- Sant'Elia "Citta nuova" 

|
gotiek
- Stijlvorm, voornamelijk van toepassing op de West-Europese
architectuur en beeldhouwkunst vanaf het midden van de 12de eeuw.
Kenmerkend is de verticale richting, de 'langgerektheid' en het
gebruik van spitsbogen in de architectuur.
- Dit is de naam voor een stijl in de Europesche middeleeuwse kunst.
De gotiek ontstond in 't "Ile -de-France" en omringende
omgeving. Van daaruit verspreidde hij zich over Europa en verdrong de
Romaanse kunst. gewoonlijk wordt het koor van de abdijkerk van St.
Denis bij Parijs beschouwd als het eerste gotische bouwwerk. In Italië
is er tot 1420 sprake van gotiek, in het noorden van europa verdween
de gotiek rond 155. Oorspronkelijk had de term gotiek betrekking op
architectuur. Zo'n 100 jaar geleden is men deze term ook gaan
gebruiken voor de beeldende kunst.
- Voorbeelden: Chartres schip
- Notre Dame Parijs gewelf 

|
impressionisme
- Impressionisten trachten de natuur weer te geven zoals die zich aan
hen voor doet: een voortdurend spel van licht en kleur. Deze groep
kunstenaars richtten zich vanf 1863, in tegenstelling tot de gangbare,
academische opvattingen, dan ook op een directe observatie van de
omgeving. Door een snelle werkwijze trachtten zij hun vluchtige
indrukken, hun impressie daarvan op het doek vast te leggen. Veel
aandacht hadden zij voor de werking van het natuurlijke licht en het
effect daarvan op de kleuren. Verschillende lichtomstandigheden konden
een onderwerp een heel ander uiterlijk geven. Door hun snelle
werkwijze lijken hun werken vaak onaf en schetsmatig. Dit kenmerk
vormde, samen met hun voorkeur voor alledaagse, niet-geïdealiseerde
onderwerpen, de voornaamste reden voor de afwijzing van hun
opvattingen door de officiële kunstwereld (De Salon). De term
Impressionisme is dan ook een geuzennaam uit 1874, afgeleid van de
titel van een werk van Monet: Impression le soleil levant.
- Qua inhoud en techniek was het impressionisme een reactiebeweging
tegen de heersende conservatief classicistische opvattingen van de
salonjury's. De bedoeling bij de jongeren was het onmiddellijke beeld
weer te geven van het direct geziene en op dat precieze moment. Er was
dus geen sprake meer van de fijn afgelijnde tekening van de
voorwerpen. Zelfs bij de onderwerpkeuze richtte men zich tot het
alledaagse leven, ver weg van elke allegorie of enig nationalistisch
triomphalisme. Vooral de kleurenverdeling, of de menging ervan, wordt
totaal anders aangepakt. De elementaire kleuren worden in los naast
elkaar geplaatste toetsen op doek gebracht, zodat ze op afstand de
gewenste kleurvariaties vormen en aldus subtielere nuancering
toelaten. Belangrijk was hierbij niet meer de stoffelijke preciesheid
van de vormen in de natuur, maar wel de kleurrijke oplossing die zon,
licht en lucht als indruk weergeven.
- Behalve dat de impressionisten geen "kopieën" van de
werkelijkheid maakten, was er nog iets wat de critici van hun dagen
niet zinde. Uit deze kunst sprak geen groots idee. Oudere kunstenaars
gebruikten vaak hun kunst om een belangwekkende gedachte tot
uitdrukking te brengen of een boodschap te verkondigen. De
schilderijen van de impressionisten waren echter geen kapstok om er
een idee over het menselijk bestaan aan op te hangen. Het was l'art
pour l'art, d.w.z. kunst om de kunst.
- Vertegenwoordigers:
- literatuur: Herman Gorter "Mei" , Lodewijk van
Deyssel "Een liefde", Guido Gezelle "Bonte
abelen"
- muziek: Claude Debussy "Prélude à l'après-midi d'un
faune"
- schilderkunst: Edgard Degas, Claude Monet, Camille Pisarro,
Pierre Auguste Renoir
- Voorbeelden: Monet "Impression le soleil levant"
- Degas "Les danseuses"
- Renoir "Le bal" 

|
|
Jugendstil

|