|
nouveau roman
-
Stroming in de Franse prozaliteratuur van na 1945
waarvan de auteurs breken met de prozatraditie door het toepassen
van nieuwe technieken en het doelbewust doorkruisen van bestaande
literatuuropvattingen. In die zin behoren de auteurs van de nouveau
roman dan ook duidelijk tot de avant-garde. Bij de schrijvers van de
nouveau roman bestaat een sterke preoccupatie met de taal, die in
haar (sociaal-politieke) verstarring, vooral onder invloed van de
voorbije oorlog, gewantrouwd wordt. Taal die vastlegt of logisch
beschrijft, wordt afgewezen en er wordt de voorkeur gegeven aan
proza dat voorlopig en voorzichtig formuleert en dat herroepen kan
worden. Ook de vormgeving is daarop gericht. Personages in de
traditionele zin worden vermeden en vervangen door wisselende
gezichtspunten of door een bewustzijn (stem) van waaruit
gebeurtenissen, gevoelens e.d. worden beleefd. Ook de logische
verhaalopbouw met zijn gerichtheid op de intrige wordt losgelaten.
De nouveau roman is in hoge mate experimenteel.
-
Voorbeeld: M. Duras, A. Robbe-Grillet, D.
Robberechts
novelle
ontwikkelingsroman
-
Roman waarin het proces van geestelijke en
lichamelijke groei van de hoofdpersoon tot zijn volwassenheid
centraal staat. Het verschil met de Bildungsroman
is niet altijd precies aan te geven; sommigen maken dan ook geen
verschil. Niettemin wordt de nadruk bij de Bildungsroman doorgaans
gelegd op het opvoedingselement als kenmerk.
-
Voorbeeld: J. Joyce A
portrait of the artist as a young man - Multatuli Woutertje
Pieterse - S. Vestdijk Anton Wachter-romans
opera
-
Een muzikaal toneelstuk dat (hoofdzakelijk) gezongen
wordt, met instrumentale begeleiding.De inhoud is gewoonlijk van
ernstige aard (opera seria), maar soms ook luchtig en kluchtig
(opera buffa).
-
Voorbeeld: Bizet Carmen - Mozart Le nozze
de figaro - Verdi Rigoletto - Wagner Tannhauser
operette
-
Zangspel dat in tegenstelling tot de meeste opera's
een lichte inhoud heeft en doorgaans dan ook een goede afloop kent.
De operette bestaat uit een luchtig verhaal, dat deels gesproken en
deels gezongen wordt in solo's, duetten, koorzang etc., met
begeleiding van orkestmuziek.
-
Voorbeeld: F. Lehar Die lustige Witwe - J.
Strauss Die Fledermaus
paasspel
-
Vorm van liturgisch drama ontstaan uit de tijdens de
liturgie gezongen quem queritis-troop. Dit kleine onderdeel
van de paasviering wordt wel gezien als de bakermat van het geestelijk
drama in de Middeleeuwen. In de loop der eeuwen werden daar
steeds meer elementen aan toegevoegd. Wat oorspronkelijk een
symbolische uitbeelding van één essentieel moment van het hele
gebeuren was, groeide uit tot een volledige dramatisering van het
hele paasverhaal.
-
Voorbeeld: Redentiner Osterspiel
pantomime
parabel
-
Verhaal dat in de vorm van een vergelijking of allegorie
een les (didactische literatuur) wil geven. De oudste en meest
bekende voorbeelden van parabels vindt men in de bijbel (gelijkenis
van de zaaier, gelijkenis van de barmhartige Samaritaan e.v.a.).
Gedurende de Middeleeuwen werd de parabel nagevolgd in de vorm van
het exempel.
-
Voorbeeld: De dwaze en de wijze maagden, Het
mosterdzaadje, Parabel van de talenten
parodie
-
Spottende nabootsing van een literair werk, veelal
met de bedoeling het werk belachelijk te maken of te bekritiseren.
Een veel toegepast procédé is dat waarbij het origineel op de voet
wordt gevolgd terwijl de parodist hier en daar woorden of zinnen
weglaat, toevoegt of vervangt. De parodie is te beschouwen als een
soort van karikatuur op een bestaande tekst. De parodie is verwant
aan de pastiche; beide genres worden ook wel
aangeduid met de term persiflage.
pastiche
-
Persiflage van de stijl van een
auteur of generatie, of van een literair genre, met de bedoeling
deze belachelijk te maken of te bekritiseren. De pastiche is
vergelijkbaar met de cartoon waarin toestanden, gewoonten of
menselijke eigenschappen door overdrijving belachelijk worden
gemaakt.
persiflage
-
Spottende nabootsing van een bestaande, meestal
bekende en gewaardeerde, tekst, of van een bepaald teksttype of
genre. In het eerste geval is de persiflage een parodie;
in het tweede geval hebben we te maken met een pastiche.
picareske roman
-
Ook: schelmenroman.
-
Avonturenroman in de ik-vorm die meestal
humoristisch is en waarin de pícaro, de schelm, als antiheld zijn
pseudo-autobiografie vertelt. Kenmerkend voor de schelmenroman is de
schelm als sociale verschoppeling, die zich zonder veel
maatschappijkritiek met list en bedrog, profiterend van de zwakheden
van anderen, vaak ten koste van zijn meester, staande probeert te
houden. Opvallend is de afwezigheid van liefdesavonturen.
-
Voorbeeld: Lazarillo de
Tormes - Alemán Dela vida
del Pícaro Guzmán de Alfarache - D. Defoe Moll Flanders
psychologische roman
-
Soort van de roman waarin de nadruk ligt op de
beschrijving van het innerlijk van de personages, hun gedachten,
gevoelens en drijfveren, en de handelingen en conflicten die daaruit
voortvloeien. Strikt genomen kan van een bewuste vorm van
psychologie nauwelijks sprake zijn vóór deze tak van wetenschap
zich ontwikkelde. Niettemin is er ook daarvoor sprake van literaire
werken waarin de karakterontwikkeling of de zielstoestand van de
personages het hoofdbestanddeel vormt, zoals bijv. in de ontwikkelingsroman.
-
Voorbeeld: van Eeden
Van de koele meren des doods - Proust
A la recherche du temps perdu
reportageroman
-
Roman waarin op een zo feitelijk en zakelijk
mogelijke manier gebeurtenissen, situaties of ontwikkelingen worden
beschreven door een auteur die zich daarbij opstelt alsof hij een
verslaggever is. De realistische weergave, de vaak vergaande
vermelding van feitelijke gegevens (maten, getallen, tijden etc.),
het gebruik van journalistiek proza en soms ook telegramstijl wekken
de indruk van een hoge mate van objectiviteit. Daarnaast worden procédés
toegepast die aan de film ontleend zijn.
-
Voorbeeld: Karel Jonckheere Per cargo naar de
Tierra Caliente
ridderroman
-
Algemene benaming voor de middeleeuwse, meestal
berijmde verhalen over een geïdealiseerde ridderwereld uit het
verleden. De ridderroman kwam in de 12e eeuw tot ontwikkeling in
Frankrijk. Het woord ‘roman’ wil zeggen dat de tekst in het
‘romaans’ (d.w.z. in de volkstaal in Frankrijk) geschreven is.
De eerste romans zijn bewerkingen van klassieke heldendichten (epos):
de Roman de Thèbes, de Roman
d'Eneas en de Roman de Troie.
Pas daarna ontwikkelt zich de Arthurroman
en nog weer later sluiten de oorspronkelijke Franse, mondelinge
verhalen over Karel de Grote (chanson
de geste) zich hierbij aan.
robinsonade
-
Avonturenroman genoemd naar de titelheld van de
roman Robinson Crusoe (1719) van D.
Defoe. Kenmerkend voor de robinsonade zijn de
wederwaardigheden die een personage (of een groep personen)
ondervindt na een schipbreuk op zijn reis naar een vreemd oord,
veelal een eiland, op grote afstand van de bewoonde, geciviliseerde
wereld. Typisch is ook het motief van de afzondering: het besloten,
primitieve karakter van de plaats van handeling, zowel positief (als
toevluchtsoord) als negatief (als verbanningsoord) voorgesteld.
-
Voorbeeld: W. Golding The lord of the flies - M.
Ballantyne The coral island
roman
-
Met de term roman wordt een grote verscheidenheid
aan (proza)teksten aangeduid die fictief zijn en in omvang doorgaans
groter dan het verhaal en de novelle. Het onderscheid tussen novelle
en roman is niet altijd goed aan te geven. Behalve de lengte worden
meestal ook inhoudelijke argumenten genoemd om tot een vershil te
komen. Zo zou de roman breder van opzet zijn en de personages in een
bepaalde ontwikkeling tonen, terwijl de novelle slechts één
(beperkt) conflict uitwerkt. In de roman zou de intrige als gevolg
daarvan gecompliceerder zijn, d.w.z. samengesteld uit hoofd- en
nevenintriges. De novelle zou daarentegen een enkelvoudige structuur
kennen. Voorts zou de roman een groter aantal personages, een
bredere milieuschildering en een groter tijdsbestek omvatten dan de
novelle. Bovendien zou de karaktertekening in de roman uitvoeriger
zijn dan in de novelle (bijv. round characters).
sage
satire
-
Ook: hekeldicht.
-
Voorstelling van zaken waarin op spottende wijze iets aan de kaak wordt gesteld.
Satire verschilt van het komische doordat het laatste uitsluitend de
lachlust nastreeft, terwijl satire tevens een moralistische, een op
verbetering van de menselijke zwakheden of fouten of een op
verandering van normen gerichte doelstelling heeft.
-
Voorbeeld: Vondel Roskam
sciencefiction
-
Verhalen die zich afspelen in een verzonnen en/of denkbaar geachte wereld, ver in de
toekomst. Het geheel wordt niet als fantastisch voorgesteld maar
steunt op een duidelijke rationaliteit; De rationaliteit van
sciencefiction is in veel gevallen maar schijn, omdat het genre
weliswaar gebruik maakt van natuurwetenschappelijke of
technologische gegevens en begrippen, maar evenzeer van
pseudowetenschap en occultisme. De lezer wordt gesuggereerd dat de
beschreven gebeurtenissen in principe mogelijk zijn, zoals
bijvoorbeeld gebeurt met het geliefde thema van de tijdreiziger
waarvoor de auteur gebruik maakt van de relativiteitstheorie en het
zogenaamde zwarte gat.
-
Voorbeeld: H.G. Wells The time machine - I.
Asimov - J. Vance
sketch
-
Kort, schetsmatig toneelstukje van vaak niet meer
dan één bedrijf of scène, dat eindigt met een verrassende,
meestal komisch pointe. De sketch komt het meest voor als onderdeel
van een revue of het cabaret.
sleutelroman
-
Ook: roman à clef.
-
Roman waarin de auteur onder verzonnen namen en
situaties een beschrijving geeft van bestaande personen en
gebeurtenissen, maar dat op zodanige wijze doet dat een goed op de
hoogte zijnde lezer deze maskering doorziet. Bepaalde aanwijzingen
werken in een dergelijke roman als ‘sleutel’ voor de
ontraadseling van het fictieve. Soms wordt deze ‘sleutel’ zelfs
afzonderlijk gegeven.
-
Voorbeeld: W.A. Paap Vincent Haman
sotternie
sprookje
-
Ook: volkssprookje.
-
Prozavertelling die gewoonlijk door mondelinge
overlevering is blijven bestaan en waarin fantastische,
wonderbaarlijke of metafysische feiten en gebeurtenissen voorkomen.
Heksen, sprekende dieren of dingen, kabouters, feeën, draken,
trollen, tovenarij etc. zijn typische bestanddelen van het sprookje.
Het traditionele volkssprookje heeft de kenmerken van alle
volksverhalen: mondeling overgeleverd, niet altijd even fraaie vorm,
vaak in verschillende, van elkaar afwijkende versie overgeleverd.
Daarnaast bestaat de afgeleide vorm van het cultuursprookje.
-
Voorbeeld: Grimm Kinder- und Hausmärchen -
Perrault Contes de ma mère l'oye
thriller
-
Tekst waarvan de plot draait om een misdrijf waarvan
de dreigende verwezenlijking de lezer in constante spanning houdt,
mede omdat de lezer weet wie het slachtoffer ervan zal zijn. Het
verschil met de detective- of
politieroman berust op het feit dat daarin de misdaad die tot
opheldering gebracht moet worden reeds heeft plaats gevonden,
terwijl in de thriller het misdrijf nog moet plaats vinden en zowel
de dader als het slachtoffer doorgaans bekend zijn.
tragedie
-
Toneelstuk inhoudelijk gekenmerkt door fatale
gebeurtenissen die de hoofdpersoon, de held, overkomen door het
noodlot of die hij over zich afroept door het begaan van een
tragische vergissing of door overmoed, en formeel gekenmerkt door
een structuur die in grote lijnen volgens een vast stramien verloopt
(proloog - drie tot vijf bedrijven, vaak gescheiden door een reizang
- slotlied).
vaudeville
- Oorspronkelijk een satirisch drinklied. De term is waarschijnlijk
afkomstig van de 15e-eeuwse drinkliederen van Olivier Basselin, die
uit de vallei van Vire stamt (chansons du ‘vau de vire’);
mogelijk is ook dat de term is afgeleid van ‘voix de villes’ of
straatliedjes. Later is de term opgenomen in de taal van het toneel
en toegepast op kleine (vaak parodistische) toneelstukken met
onderbreking door zang. In het midden van de 19e eeuw werd het genre
populair als lichte opera.
Tegenwoordig duidt men er zowel het lichte blijspel mee aan dat een
eenvoudige intrige paart aan een luchtige inhoud, als de variétéprogramma's
met muziek, zang, dans en acrobatiek.
wagenspel
-
Betrekkelijk eenvoudig toneelstuk uit de late
Middeleeuwen. Tijdens een blijde inkomst of een ommegang werd op
wagens door de plaatselijke rederijkerskamer of een bepaald gilde
een aantal scènes meegevoerd, meestal in de vorm van een tableau
vivant. Deze scènes werden telkens op een vast punt opgevoerd,
zodat de toeschouwers op die plaats het complete stuk zagen. Van
meer uitgebreide stukken werden de verschillende scènes na afloop
van de processie weer tot leven gewekt in een compleet toneelstuk,
waarbij men een wagen als podium gebruikte.
-
Voorbeeld: het Wagenspel van
Masscheroen in Mariken van
Nieumeghen
wereldlijk drama
|