naar de startpagina

nl.lit
Vademecum  
 

naslag > vademecum nl.literatuur > literaire genres
  
Literaire genres
 

abel spel

  • Middelnederlands toneelstuk uit de eerste helft van de 14de eeuw, bewaard in het rond 1410 geschreven handschrift-Van Hulthem. Er zijn er slechts vier bekend waarvan de eerste drie qua stof, thema's en motieven sterk aanleunen bij de hoofse epiek. Daardoor zijn ze uniek binnen de West-Europese literatuur. Ze zijn meteen ook de oudste wereldlijke toneelstukken in West-Europa.
  • Voorbeeld: Esmoreit, Gloriant, Lanceloet van Denemerken, Vanden winter ende vanden somer

acrostichon

  • Ook: naamdicht.

  • Gedicht waarvan de beginletters van de regels of van de strofen een naam vormen.

  • Voorbeeld: Wilhelmus

allegorie

  • Vorm van beeldspraak die een hele zin of meerdere zinnen wordt volgehouden, in tegenstelling tot de metafoor, waarbij één woord door een beeld wordt vervangen. Wanneer de allegorische beeldspraak in het hele werk wordt volgehouden, wordt ook het complete werk een allegorie genoemd. De term kan dus zowel een stijlmiddel als een genre aanduiden. 

  • Voorbeeld: Vanden winter ende vanden somer

Alexanderroman

  • Verzamelnaam voor middeleeuwse romans die als hoofdpersoon Alexander de Grote (356-323 v. Chr.) hebben. Al tijdens zijn korte leven was Alexander het onderwerp van legendevorming door de activiteiten van kroniekschrijvers en lofdichters. Kort na zijn dood verschenen er verschillende biografieën die meer fictie dan feiten bevatten.

  • Voorbeeld: J. van Maerlant Alexanders geesten

Amadisroman

  • Verzamelnaam voor ridderromans rondom de figuur van Amadis de Gaula, waarschijnlijk van 14e-eeuwse Spaans-Portugese origine, populair geworden in de 16e eeuw en via de Franse vertaling Amadis de Gaule doorgedrongen in de Nederlanden.

  • Amadis van Gaule is de hoofdpersoon in een zestiende-eeuwse internationaal vermaarde ridderroman die in de loop der jaren zou uitgroeien tot een 21-delige reeks. Deze reeks was in de zestiende en het eerste kwart van de zeventiende eeuw ook in de Republiek der Nederlanden uitermate populair.

Arthurroman

  • Verzamelnaam voor ridderromans (hoofse literatuur) ontstaan in de tweede helft van de 12e eeuw aan Noord-Franse adellijke hoven, naar de herkomst van de stof ook wel Brits-Keltische roman genoemd. Centraal op de achtergrond staat de legendarische Arthur, een Keltische legeraanvoerder die in de 6e eeuw tegen invallende Saksen gestreden zou hebben en wiens naam in de volksmond bleef voortleven om rond 1135 weer op te duiken in de pseudo-historiografie Historia regum Brittanniae van Galfridus van Monmouth.

  • Voorbeeld: Chrétien de Troyes Le conte du graal - Ferguut - Walewein

autobiografie

  • Bijzondere vorm van de biografie: de beschrijving van het eigen leven of delen daarvan. De autobiografie bevat uiteraard levensherinneringen en is in die zin dan ook vergelijkbaar met memoires. In strikte zin is een autobiografie geen literatuur, omdat deze steeds een vorm van niet-reëel zijn (fantasie, verbeelding, fictie) veronderstelt.

  • Voorbeeld: C. Huygens De jeugd van Constantijn Huygens door hemzelf beschreven - W. Churchill My early life

avonturenroman

  • Verzamelnaam voor romans waarin ongewone, onverwachte, spectaculaire gebeurtenissen, gevaarlijke situaties en problemen de boventoon voeren en waarin de hoofdpersonen ongebruikelijke, vaak slimme en heldhaftige oplossingen moeten vinden. Onder avonturenromans vallen vaak ook de oorlogsroman, de wildwestroman, de thriller en sciencefiction.

ballade

  • Verhalend lied met een doorgaans tragische afloop. De meeste balladen zijn anoniem en werden oorspronkelijk mondeling overgeleverd. Vanwege hun ongepolijste, ongekunstelde vorm en inhoud noemt men deze liederen ook wel volksballaden of romantische balladen, om hen te onderscheiden van de latere literaire ballade die wordt gekenmerkt door een speciale vorm. Volksballaden met een gelukkige afloop noemt men ook wel romance.

  • Voorbeeld: Het Lied van Heer Halewijn, Het daghet inden Oosten, Het waren twee koninghs kindren

bijbels drama

  • Het bijbels drama uit de periode van de renaissance en barok dramatiseert bijbelstof, bij voorkeur rondom bekende figuren en gebeurtenissen uit het Oude (de zondeval, Kaïn en Abel, Jozef) of Nieuwe Testament (verloren zoon).

  • Voorbeeld: Vondel Joseph in Dothan, Lucifer, Jeptha

Bildungsroman

  • Ook: Erziehungsroman.

  • Roman waarin de opvoeding en karakterontwikkeling van de hoofdpersoon centraal staat. Het gaat daarbij om de vorming van de held tot zijn volwassenheid. De grenzen met de ontwikkelingsroman zijn moeilijk aan te geven. Bij de ontwikkelingsroman ligt de nadruk vooral op het proces van de lichamelijke en geestelijke groei van het kind tot volwassene. In feite vertoont de Bildungsroman didactische trekken die gebaseerd zijn op de opvoedingsidealen zoals die bijv. in de Verlichting werden geformuleerd.

  • Voorbeeld: Goethe Wilhelm Meisters Lehrjahre - Dickens David Copperfield - van Eeden De kleine Johannes

biografie

  • Ook: levensbeschrijving

  • De relatief volledige beschrijving van iemands leven. In de biografie wordt gewoonlijk een poging gedaan om naast de belangrijkste feitelijke gegevens uit het bestaan van de beschrevene ook diens karakter en milieu te schilderen. De biograaf put zijn gegevens zoveel mogelijk uit historisch materiaal en uit door de betrokkene zelf geschreven bronnen, zoals brieven, memoires, dagboeken.

  • Voorbeeld: G. Brandts Het leven van Joost van den Vondel

blijspel

  • Toneelstuk waarin op amusante wijze over gewone mensen in alledaagse situaties gehandeld wordt. Meestal begint het blijspel met verwikkelingen die naar een climax gevoerd worden en tenslotte positief worden opgelost. Het komische daarbij wordt vaak bereikt doordat de toeschouwer op de hoogte is van zaken waar de personages in het stuk nog achter moeten komen. Het blijspel laat menselijke fouten zien van een belachelijke kant en houdt op die manier de toeschouwer een spiegel voor. De bedoeling van het blijspel is te amuseren, maar vaak niet zonder te moraliseren.

  • Voorbeeld: Bredero Den Spaanschen Brabander - Hooft Warenar - Shakespeare A midsummernight's dream

bliscap

  • Zevental laatmiddeleeuwse toneelstukken, waarin de zeven vreugden van de moedermaagd Maria gedramatiseerd worden. Alleen de eerste en de zevende bliscap zijn bewaard gebleven. De zeven bliscappen werden tussen 1441 (volgens anderen 1448) en ca. 1566 te Brussel opgevoerd in een cyclus van zeven jaar. De bliscappen zijn verwant aan de Franse mysteriespelen.

  • Voorbeeld: De erste bliscap van Maria

boerde

  • Middelnederlandse benaming voor een korte komische, in versvorm geschreven tekst, vergelijkbaar met het Franse fabliau. De boerde kan worden beschouwd als een subgenre van de sproke, een van oorsprong Middelnederlandse, niet duidelijk gespecificeerde verzamelnaam voor korte teksten bestemd voor de voordracht.

briefroman

  • Ook: epistolaire roman.

  • Roman die bestaat uit de gefingeerde brieven van één of meer fictieve personages. Vaak wordt in de briefroman gebruik gemaakt van de editeursfictie, die de authenticiteit van de gewisselde brieven moet bevestigen. Dit betekent dat de auteur zich voordoet als de uitgever van een reeks gevonden brieven. Zo wordt bijv. in Clarissa (1748) van Samuel Richardson de authenticiteit voorgewend door het te laten voorkomen dat er iemand belast is met het verzamelen van de gevoerde correspondentie om die na de dood van Clarissa uit te geven, opdat ze als een waarschuwend voorbeeld kan gelden voor latere generaties. Meestal wordt de editeursfictie in een voorwoord uiteen gezet.

  • Voorbeeld: Richardson Clarissa  - Goethe Die Leiden des jungen Werthers - de Laclos Les liaisons dangereuses - Wolff & Deken Historie van Mejuffrouw Sara Burgerhart

Brits-Keltische roman

  • Verzamelnaam voor 12e- en 13e-eeuwse hoofse ridderromans, gebaseerd op de "matière de Bretagne": Keltische verhaalstof uit Bretagne, Normandië, Engeland en Ierland. De hoofdmoot van de Brits-Keltische literatuur bestaat uit Arthurromans. Een Brits-Keltische, niet-Arthurroman is de tragische liefdesgeschiedenis van Tristan en Iseut, die in de twee geheel verschillende 12e-eeuwse versies van Béroul en Thomas fragmentarisch is overgeleverd. De Tristanromans worden vaak tot de Arthurromans gerekend, maar het verhaal speelt zich af aan het hof van koning Marc van Cornwall; ridders van het hof van koning Arthur spelen nauwelijks een rol.

byzantijnse roman

  • Ook: oosterse roman

  • Verzamelnaam voor middeleeuwse (hoofse) romans die ofwel hun stof (materie) voor een deel ontlenen aan de Arabische literatuur ofwel zich (grotendeels) in het Midden-Oosten afspelen.

  • Voorbeeld: Diederic van Assenede Floris ende Blancefloer

chanson de geste

  • Oudfrans episch lied over ‘waar gebeurde’ heldendaden (res gesta), door een jongleur gezongen of. zangerig voorgedragen die zichzelf daarbij begeleidendt een ‘vielle’, een vioolachtig strijkinstrument, of op een draailier. De ruim honderd bewaard gebleven chansons de geste worden ingedeeld in die welke handelen over de heldendaden van Charlemagne (Karel de Grote) en zijn pairs (cycle du roi), die over Guillaume d'Orange (Willem van Oringen), die over de opstandige baronnen (les barons révoltés) en die over Doön de Mayence (epische cyclus).

  • Voorbeeld: La chanson de Roland

chronogram

  • Ook: tijdvers.

  • Gelegenheidsgedicht waarin de letters die in het Latijn getalwaarde hebben (M, D, C, L, X, V en I) in hoofdletters staan en bij elkaar opgeteld het jaartal opleveren waarin de gebeurtenis waarover het vers gaat, heeft plaatsgevonden.

  • Voorbeeld: eX CoLLeCtIs fIDeLIUM (1868) Deo Vero ConseCratUM (1710)

clute

  • Ook: klucht.

  • Kort, komisch toneelgenre met een vaak ogenschijnlijk pretentieloze komische inhoud en met een eenvoudige intrige, die meestal neerkomt op een gedramatiseerde grap met een pointe. De onderwerpen van de klucht liggen vooral in de volkse, platkomische of scabreuze sfeer. Onmatigheid en bedrog, in het bijzonder op seksueel gebied of op het gebied van eten en drinken, zijn veel voorkomende thema's. De personages en de handeling zijn vaak karikaturaal. Zeker in de middeleeuwse, maar ook in latere kluchten ontbreekt het moraliserende element niet. Kluchten werden vaak als voor- of nastuk (het woord ‘klucht’ is verwant met ‘klieven’ en betekent ‘stuk’) bij groter werk opgevoerd of gepresenteerd naast andere vermakelijkheden op kermissen en bij feesten.

  • Voorbeeld: in het Hulthemse handschrift volgt na ieder abel spel een klucht: Esmoreit en Lippijn, Gloriant en Die buskenblazer, Lanseloet en Die hexe, Vanden winter ende vanden somer en Rubben.

commedia dell'arte

  • Oorspronkelijk Italiaanse blijspelvorm waarin de acteurs de tekst improviseren op grond van een van te voren in grote lijnen vastgelegd scenario. De commedia dell'arte kende een aantal vaste (gemaskerde) figuren die meer getypeerd dan gekarakteriseerd werden: Arlecchino (de clown), Il dottore (de dokter of kwakzalver), Colombina (het jonge meisje), Pantalone (de rijke oude vader), Scapino (de slimme dienaar), e.v.a. Deze figuren waren tevens representant van een bepaalde stad of streek. Naast toneelspel was in de commedia dell'arte zang, dans en pantomime verwerkt. De commedia dell'arte ontwikkelde zich in het midden van de 16e eeuw in Italië als tegenhanger van het zgn. ‘geleerden’-toneel (commedia erudita) aan de Italiaanse hoven. Het werd gespeeld door rondreizende professionele gilde-acteurs, die aanvankelijk vooral in Noord-Italië optraden, maar later geheel West-Europa rondtrokken. Ze oefenden daarmee een grote invloed uit op het West-Europese blijspel van met name Molière, Marivaux en bij ons Pieter Langendijk.

  • Voorbeeld: omdat dit genre steunde op improvisatie zijn geen (geschreven) teksten bewaard, maar stijl, techniek en thema's zijn best zichtbaar bij Carlo Goldoni De knecht van twee meesters

cultuurlied

  • Lied dat, in tegenstelling tot het volkslied, meestal van bekende herkomst is door de kunstige vorm een grotere artistieke waarde vertoont. Men kan dit bijv. zien aan het hoofse lied uit de Middeleeuwen en aan de liederen uit de renaissance, veelal ontstaan in ontwikkelde kringen.

cultuursprookje

  • Benaming voor het sprookje dat niet uit mondelinge overlevering stamt, maar speciaal - vooral sinds de romantiek - uit bewondering voor en in navolging van het ‘naïeve’ volkssprookje is geschreven. Het vertoont de typische kenmerken van het sprookje maar heeft vaak een soort moraliserende of sociaal-kritische bedoeling. Er bestaat maar één versie van, zoals die door de auteur is neergeschreven.

  • Voorbeeld: de sprookjes van H.C. Andersen en G. Bomans

cursiefje

  • Luchtig of humoristisch prozastukje van beperkte omvang in een dag- of weekblad, zo genoemd omdat het cursief gedrukt wordt. Het cursiefje kan de vorm hebben van een anekdote. Het behandelt meestal alledaagse voorvallen die op een heel eigen, originele wijze worden bekeken.

  • Voorbeeld: S. Carmiggelt, J. Ghysen

dagboekroman

  • Ik-roman die de vorm heeft van een dagboek. Vaak worden ik-romans te vlug dagboekromans genoemd, zonder dat het verhaal zich uitdrukkelijk presenteert als een (fictief) dagboek.

  • Voorbeeld: Jacques Schreurs Kroniek ener parochie - Georges Bernanos Journal d'un curé de campagne

damesroman

  • Romantype waarvan gedacht wordt dat het vooral door vrouwen wordt gelezen. De intrige is heel voorspelbaar en handelt meestal over geromantiseerde liefdesverwikkelingen. Tot de damesromans behoren o.m. de doktersroman en de verpleegstersroman, zoals die verschijnen in series als de Bouquet-reeks. Veel van dit soort romans wordt in een goedkope uitvoering verkocht bij grootwinkelbedrijven.

detectiveroman

  • Ook: speurdersroman.

  • Roman waarin het oplossen van de vraag naar de dader van een misdrijf, meestal een moord, door intelligent speurwerk van een detective of politierechercheur centraal staat. In het Engels heeft men daarom het genre ook wel aangeduid met de term ‘whodunit’. In de meeste detectives wordt de spanning veroorzaakt door het feit dat er een aantal mogelijke verdachten is en de auteur de lezer blijft boeien d.m.v. suspense: suggesties waardoor de lezer bepaalde verwachtingen over de afloop gaat koesteren.

  • Voorbeeld: E.A. Poe The murders in the rue Morgue - A. Conan Doyle - A. Christie

dierenfabel

  • Korte, fcitionele dierenverhalen met een moraliserende bedoeling. Het genre werd gecreërd door Aesopus. Hij gebruikte dieren om zijn ideeën over het menselijk gedrag uiteen te zetten omdat hij, als vrijgelaten slaaf, geen directe kritiek kon uiten. Typisch is dat de dieren handelen als menselijke personages (antropomorfisme).

  • Voorbeeld: Esopet - Jean de la Fontaine

dierenverhaal

  • Verzamelnaam voor verhalen met dieren in de hoofdrol.

  • Voorbeeld: R. Adams Waterschapsheuvel

dithyrambe

  • Aanduiding voor een lofdicht, aanvankelijk op de wijngod, in de vorm van een beurtzang (zang - tegenzang). In later tijd worden ook andere goden en helden bezongen. De dithyramben bij het Dionysosfeest vormden de basis voor de dialoog bij het Griekse drama.

doktersroman

  • Roman met als hoofdpersoon een arts. Vanwege het stereotiepe verhaalverloop van de meeste van deze romans (verpleegster wordt verliefd op een arts, of andersom, en na enige verwikkelingen volgt een happy end) worden doktersromans, evenals verpleegstersromans, gerekend tot de damesroman.

dorpsroman

  • Roman waarin het leven van een bepaalde dorpsgemeenschap wordt beschreven. Vaak wordt die gemeenschap getekend rond één centrale figuur: de dorpspastoor, de arts, de notaris of een andere belangrijke figuur uit het dorp. De dorpsroman behoort tot het genre van de regionale of streekliteratuur. In de 19e eeuw werd dit genre onder invloed van de romantiek populair.

  • Voorbeeld: A. Coolen Dorp aan de rivier - A. Roothaert Dokter Vlimmen

dossierroman

  • 'Roman' in de vorm van een dossier, bestaande uit brieven, verslagen, krantenknipsels, foto's, treinkaartjes en ander 'bewijsmateriaal'. Dit genre leent zich uitstekend voor de detectiveroman: de lezer dient zelf de ontknoping te bedenken.

  • Voorbeeld: D. Wheatley Who killed Robert Prentice?

drama

  • In feite betekent drama ‘handeling’ en behoort dus elke handeling die erop gericht is iets (aanschouwelijk) voor te stellen tot het drama, d.w.z. zowel pantomime, een clownsact, een rollenspel e.d., als een toneelstuk. Algemeen wordt de term gebruikt voor het aanduiden van een toneelstuk.

eenakter

  • Drama of toneelstuk dat bestaat uit één enkel bedrijf. Meestal is de eenakter van korte duur; zelden langer dan veertig minuten. Hoewel modern toneel soms niet uit bedrijven, maar uit scènes is opgebouwd, blijft men de term toch gebruiken voor die toneelstukken in één bedrijf die niet avondvullend zijn. De eenakter verhoudt zich tot het avondvullend drama als het korte verhaal of de novelle tot de roman.

  • Voorbeeld: Harold Pinter Een soort Alaska

elegie

  • Ook: klaaglied, klaagzang, treurzang.

  • Lyrisch gedicht waarin uiting wordt gegeven aan droefheid. Vaak is de aanleiding de dood van een dierbare.

  • Voorbeeld: Egidiuslied - Vondel Uitvaert van mijn dochterken

emblema

  • Genre dat vooral in de renaissance en barok populair was en bestond uit een opschrift (motto), een afbeelding en een onderschrift in rijm waarin de betekenis van het beeld wordt verwoord.

  • Voorbeeld: J. Cats Sinne- en minnebeelden

episch drama

  • Drama waarin de menselijke lotgevallen op een bovenindividuele wijze worden voorgesteld. Het kent dan ook geen specifieke held, maar introduceert een algemeen menselijke trek, belichaamd door een personage of een soort beschouwer van het menselijk handelen. Het episch drama wordt vaak gesteld tegenover het klassieke drama met zijn vaste indeling in bedrijven en zijn Aristotelische eenheden. Het episch drama is daarentegen doorgaans opgebouwd uit een aaneenrijging van afzonderlijke scènes, soms zelfs zonder causale samenhang. Het is anti-illusionistisch, d.w.z. de illusie die het klassieke of romantische drama oproept, wordt doelbewust doorbroken door vervreemdingseffecten, zoals spreekkoren, of doorbreking van de vierde-wandfictie. De toeschouwer mag nl. niet in de handeling opgaan bijv. door medeleven met één der personages, omdat dat zou verhinderen dat hij voldoende afstand houdt om de gepresenteerde situatie objectief te beoordelen. Het episch drama is overwegend didactisch of geëngageerd.

  • Voorbeeld: B. Brecht Dreigroschenoper

epos

  • Ook: heldendicht.

  • Vorm van heroïsche poëzie waarin op verheven wijze uitvoerig de (krijgs)daden van goden of helden bezongen worden. Aan de schriftelijke overlevering van epen gaat bij de meeste volkeren waarschijnlijk een lange orale traditie in de vorm van sagen en liederen vooraf.

  • Voorbeeld: Homeros Ilias, Odyssee - Arisoto Orlando furioso - Milton Paradise loste

esbat(t)ement

  • Laatmiddeleeuwse benaming van Franse origine (letterlijk ‘amusement’) voor vermakelijk, niet hoogdravend, (rederijkers)toneel met een satirische inslag. In de Nederlanden werd de term gehanteerd voor een toneelstuk dat men ook wel een blijspel zou kunnen noemen.

  • Voorbeeld: Een esbattement van smenschen sin en verganckelijcke schoonheit

exempel

  • Middeleeuwse vertelling die diende ter illustratie van een gestelde these. De techniek van het exemplum is overgenomen uit de antieke retorica. In de vroege Middeleeuwen werden exempelen alleen gebruikt in voor monniken bestemde traktaten en preken. Vanaf de 12e eeuw werden ook preken voor leken afgewisseld met exempelen. De inhoud werd meestal ontleend aan bijbelverhalen, legenden of heiligenlevens (hagiografie). Een exemple bevat vaak wonderen, visioenen en stichtelijke anekdotes.

  • Middeleeuws stichtelijk verhaal dat een voorbeeld van het ingrijpen van God of een heilige in de loop der dingen inhoudt.