naslag
> vademecum
nl.literatuur >
verstechniek
|
| Verstechniek |
Het grote verschil tussen proza, de meest gebruikte vorm
voor verhalen, en poëzie, de vorm van veel gedichten, is: orde
en regelmaat.
De traditionele dichter ordent woorden tot verzen
die een bepaalde, vaste structuur of vorm hebben waarvan rijm
vaak een belangrijk onderdeel is, en brengt die samen in strofen
of gedichten die een regelmatige opbouw vertonen.
In een traditioneel gedicht geldt vaak een vast metrum, vaste
verslengte en vast rijmschema.
vers : metrum - versvoet
- antimetrie - enjambement rijm : volrijm -
assonantie - alliteratie - staand
- slepend - glijdend - alternerend -
dubbelrijm - rime riche - eindrijm
- binnenrijm - voorrijm - blank
vers
rijmschema : gepaard - gekruist
- omarmend - gebroken - slagrijm
- kettingrijm - verspringend
strofe : distichon - terzine
- kwatrijn
gedicht : ballade - elegie
- epigram - referein - rondeel
- sonnet
|
|
| Versbouw |
- vers
regel van een gedicht, bestaat uit een metrisch opgebouwde reeks
van woorden
- metrum of versmaat
regelmatige afwisseling van beklemtoonde (zgn. heffing) en
onbeklemtoonde lettergrepen (zgn. daling) waardoor een vers een
ritmisch patroon krijgt
- alexandrijn: jambische versregel met 6 versvoeten, met
middenin een pauze
- versvoet
de metrische eenheid van een versregel, bestaande uit een
heffing en een of meer dalingen
- jambe: daling - heffing
- trocheus: heffing - daling
- anapest: twee dalingen - heffing
- dactylus: heffing - twee dalingen
- amfibrachus: daling - heffing - daling
- spondee: twee heffingen
- antimetrie
versregel die in een ander metrum geschreven is dan de overige
regels; hiermee krijgt de dichter een speciaal effect of verbreekt
hij de monotonie die kan ontstaan door een te strak volgehouden
metrum
- enjambement
een versregel loopt zonder pauze over in de volgende
|
| Rijm |
- rijm
herhaling van klank in beklemtoonde lettergrepen
- rijmsoorten
- volrijm
als de medeklinker die volgt op de rijmende klinker gelijk
is
goud - houdt
- assonantie (halfrijm, klinkerrijm)
als de klinkers van de beklemtoonde lettergrepen gelijk zijn
maar de erop volgende medeklinkers niet
lief - diep
- alliteratie (stafrijm, beginrijm)
als de medeklinkers van beklemtoonde lettergrepen gelijk
zijn
"Stafrijmen zijn stapstenen waarop men steunt met de
stemme" (G. Gezelle)
- staand of mannelijk rijm
als de laatste lettergreep van het rijmwoord beklemtoond is
stad - had
- slepend of vrouwelijk rijm
als de laatste lettergreep van het rijmwoord onbeklemtoond
is
lopen - hopen
- glijdend rijm
als het rijmwoord eindigt op meer dan één onbeklemtoonde
lettergreep
kinderen - verminderen
- alternerend rijm
gezegd als de rijmen afwisselend mannelijk en vrouwelijk
zijn
- dubbelrijm
volrijm dat verschillende lettergrepen omvat
groot vat - doorhad
- rime riche
als het hele rijmwoord herhaald wordt
- plaats van het rijm
- eindrijm
als het rijm het vers afsluit, dus de eindlettergrepen van
de verzen rijmen
- binnenrijm
als de rijmwoorden in hetzelfde vers staan
merk toch hoe sterk
- voorrijm
als de rijmwoorden vooraan in de verzen staan
- blank vers
vers zonder eindrijm
|
| Rijmschema |
- rijmschema
de regelmatige opeenvolging van het rijm in de verschillende
verzen van een gedicht of strofe
- soorten
- gepaard
de rijmende verzen staan per twee gegroepeerd (aa bb cc)
- gekruist
de regels rijmen om de andere (abab)
- omarmend
met volgorde abba
- gebroken
het rijmschema wordt onderbroken door een rijmloze regel
(abcb)
- slagrijm
als meer dan twee rijmende rgels na elkaar staan (aaa of
bbbb)
- kettingrijm
als het laatste woord van eenregel rijmt met het eerste van
de volgende regel
- verspringend (overspringend) rijm
als meer dan twee rijmklanken voorkomen in een regelmatoe
volgorde (abc abc of abcd abcd)
|
| Strofebouw |
- strofe
een samenhorend groepje verzen in een gedicht; een couplet
- soorten
- distichon (doublet): strofe van twee verzen
- terzine: strofe van drie verzen
- kwatrijn: strofe van vier verzen

|
| Gedicht |
- Er bestaan vele soorten gedichten, in principe kan ieder gedicht
een eigen vorm krijgen. Hier volgt een lijstje met enkele bekende
"klassieke" dichtvormen.
- ballade
drie strofen van acht of tien regels gevolgd door een envoi van
vier of vijf regels (uit de Franse ballade ontstond tijdens de tijd
van de rederijkers het referein)
- elegie
een weemoedig gedicht, in de klassieke tijd bestaande uit
disticha maar later werd de vorm vrijer
- epigram
kort kernachtig gedicht, soms met een woordspeling, altijd met
een verrassende slotwending of pointe
- referein
favoriet strofisch gedicht van de rederijkers waarvan iedere
strofe eindigt op dezelfde versregel, de stock, waarin
het thema van het gedicht wordt geformuleerd; de laatste strofe of envoi
is gericht aan de prins van de rederijkerskamer
- rondeel
zeer strenge dichtvorm met slechts twee rijmklanken en waarin de
beginregel drie maal terugkeert
- sonnet
lyrische dichtvorm die populair werd in de Renaissance,
bestaande uit twee strofen van vier verzen (kwatrijnen, samen het
octaaf) en twee strofen van drie verzen (terzines, samen het
sextet); in de terzines wijzigt de toon van het gedicht, deze
tegenstelling heet wending, chute of volta; in de
meeste sonnetten heeft het octaaf een omarmend rijmschema

|