naar de startpagina

nl.taal
Vademecum  
 

naslag > vademecum nl.taal > schrijffouten
  
Schrijffouten

Iedere tekst die je schrijft, moet je zeker controleren op fouten. Om je daarbij te helpen, zetten we de fouten die het meest voorkomen op een rijtje.
We delen ze in in stijlfouten en taalfouten, alhoewel die opdeling niet belangrijk is om dergelijke fouten te helpen vermijden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Stijlfouten

Soms worden stijlfiguren verkeerd gebruikt of loopt er iets fout met de vorm of bouw van een zin.
Let op. Een aantal van deze stijlfouten kunnen ook met opzet toegepast  worden, bijv. om een komisch effect te krijgen.

Soorten
  • anakoloet
    ontspoorde zin waarin de grammaticale samenhang ontbreekt
    Volgens de bonden komen de werkgevers hun woord niet na en vindt dan ook...
  • contaminatie
    woorden of uitdrukkingen die overeenkomen met elkaar versmelten
    optelefoneren (opbellen + telefoneren); duur kosten (duur zijn + veel kosten)
  • hendiadys
    een samengesteld begrip wordt aangeduid door twee substantieven waarvan een de rol van adjectief krijgt
    zand en heide (= zandige heide)
  • pleonasme
    een woordgroep waarin een adjectief een eigenschap van het substantief onnodig herhaalt
    witte sneeuw, nutteloze verspilling
  • syllepsis
    foutieve samentrekking
    Hij zette thee en daarna de hond buiten
  • tautologie
    twee maal hetzelfde zeggen door synoniemen te gebruiken
    Maar hij was echter te laat
    Zij was tevens ook geschrokken

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Taalfouten

Echte taalfouten hebben te maken met verkeerd woordgebruik, ongrammaticale  zinsconstructies of foutieve woordvormen.

Soorten
  • anglicisme
    een taalfout o.i.v. het Engels, meestal een letterlijke vertaling of het overnemen van een constructie die in strijd is met de regels van het Nederlands
    het meest interessante (moet zijn: interessantste) - Margriet's koffiehuis (moet zijn: Margriets)
  • asymmetrie
  • barbarisme
    een taalfout o.i.v. een andere taal; we onderscheiden anglicisme, gallicisme en germanisme
  • beknopte bijzin
    een beknopte bijzin is een bijzin waarin we onderwerp en persoonsvorm mogen weglaten omdat het onderwerp hetzelfde is als dat van de hoofdzin
    goed is: Gezeten op het terras zagen we de renners voorbijfietsen.
    fout is: Gezeten op het terras, fietsten de renners voorbij.
  • discongruentie
    onderwerp en persoonsvorm komen niet overeen
    De meerderheid van de deelnemers hebben... (moet zijn: heeft, want onderwerp is 'meerderheid')
    De rokers worden verzocht... (moet zijn: wordt, want 'rokers' is meew. vw. en niet onderwerp) 
  • dubbele ontkenning
    een zin bevat twee verschillende woorden die het geheel negatief maken, terwijl één volstaat
    Ik heb nooit geen kans gekregen (of 'nooit' of 'geen' maar niet beide samen)
    Hij  verbood me van niet te komen (verbieden is al zeggen dat iets niet mag)
  • gallicisme
    een taalfout o.i.v. het Frans
    kost wat kost (moet zijn: tot elke prijs, wat het ook koste)
  • germanisme
    taalfout o.i.v. (letterlijke vertaling uit) het Duits
    omkleden (moet zijn: verkleden)
  • herhaling
    het voortdurend herhalen van een zelfde woord in een tekst is eerder een stijlfout: probeer variatie aan te brengen, maar onnodig een woord twee maal gebruiken in een zin is een echte taalfout
    Voor iemand die altijd vleit daar moet je voor uitkijken
  • inversie
    een mededelende zin kan alleen inversie hebben als er een zinsdeel voor de persoonsvorm wordt geplaatst; vooral bij samengestelde zinnen werkt de 'indruk' van de eerste deel soms door in het tweede
    Mischien vindt u dit interessant en stuur ik u daarom een exemplaar
  • losstaande bijzin
    een bijzin kan  ooit alleen staan, zonder onderdeel te zijn van een volledige, samengestelde zin
    Hij zou dit weten. Als hij de handleding had gelezen (moet één zin zijn)
  • ontspoorde beeldspraak
    beeldspraak is soms zo 'versleten' dat je alleen nog aan de betekenis denkt en de origele beelden vergeet; zo kan je rare zinnen krijgen
    Hij heeft zich een beenbreuk op de hals gehaald.
  • samentrekking
    in een samengestelde zin mogen we gemeenschappelijke woorden/woordgroepen weglaten als beide dezelfde vorm (bijv. enkelvoud), betekenis, functie (bijv. onderwerp) én plaats t.o.v. de persoonsvorm hebben; als één van deze vier elementen ontbreekt, is de samentrekking fout
    De weg is bochtig en volgt hij daarom niet (grammaticale functie ongelijk: onderwerp - voorwerp)
    De kosten werden hoger en de winst lager (ongelijke vorm: 'werden' verschilt van 'werd')
    Hij stond op de stoep en bekend als een leugenaar ('staan' heeft andere betekenis)
    Eerste bezoeken we de brouwerij en mogen daarna een biertje proeven (in het tweede deel is geen inversie)
  • verwijswoord
    een verwijswoord moet overeenkomen met het woord dat het vervangt
    De tv heeft veel invloed. Het is ook een venster op de wereld (moet zijn: hij)
  • weglating
    woorden zoals voegwoorden worden makkelijk vergeten
    Hij is overtuigd dat hij gelijk heeft (moet zijn: ervan)