naar de startpagina

nl.taal
Vademecum  
 

naslag > vademecum nl.taal > stijlfiguren
  
Stijlfiguren
Algemeen

Omschreven als: opzettelijk afwijken van het gewone, verwachte zinspatroon met de bedoeling extra aandacht of een ander speciaal effect te krijgen.

Soorten
  • qua woordkeuze of zinspatroon
    • accumulatio
      samenplaatsen van woorden met overeenkomstige betekenis (> nadruk, bezwering, enz)
      Hij had geen bed, geen dak, geen eigen ruimte
    • anafoor
      herhaling van eenzelfde woord of woordgroep aan het begin van opeenvolgende zinsdelen (> nadruk)
      Niemand die u kent, niemand die u gelooft, niemand die u vertrouwt
    • antitthese
      verbinden van tegengestelde begrippen
      Goed en slecht, levend of dood
    • asyndeton
      naast elkaar plaatsen zonder voegwoorden
      Niet ik, hij is de dader
    • chiasme (kruisstelling)
      twee paren woorden worden in gekruiste volgorde gegeven
      Zijn stem was krachtig, helder zijn blik
    • cliché
      beeldspraak die door veelvuldig gebruikt "versleten" is
    • climax
      opstelling van woorden of woordgroepen in stijgende lijn
      praten, roepen, schreeuwen
    • ellips
      weglaten van (vanzelfsprekende) zinsdelen
      Hij blij (= hij was blij)
    • enumeratio
      opsomming
      • met asyndeton
        Er waren ganzen, kippen, eenden
      • met polysyndeton
        Hij was keizer en veldheer en redenaar
    • exclamatio
      korte uitroep, vaak met ellips
      Wat een tijden!
    • hyperbool (> nadruk)
      sterke overdrijving
      Het duurde een eeuwigheid voor de deur openging
    • inversie
      omgekeerde woordvolgorde: het onderwerp wordt na de persoonsvorm geplaatst
    • litotes
      iets zeggen door het tegendeel te ontkennen (> nadruk)
      Jij bent niet dom
    • neologisme
      een nieuw woord
      Na de vertrossing van de tv volgt de verlottiïng van de muziek
    • oxymoron
      twee tegengestelde begrippen met elkaar verbinden; beknopte paradox
      een oorverdovende stilte
    • paradox
      op het eerste gezicht een tegenspraak maar bij nader onderzoek is de bewering juist
      Ik ben blij dat de mensen hier arm zijn
    • parallellisme
      herhaling van het zinspatroon met gelijkaardige woorden
      Met de stok in de hand, de blik op oneindig
    • polysyndeton
      herhaling van een voegwoord in een reeks van woorden
      zie: enumeratio
    • prolepsis
      vooropplaatsing: een zinsdeel dat normaal elders in de zin staat wordt aan het begin geplaatst
      Onder de tafel ligt de kat
    • repetitio (herhaling)
      hetzelfde woord opnieuw gebruiken (> nadruk)
      Je bent gek, gek
    • retorische vraag
      mededeling in de vorm van een vraag die geen antwoord verwacht
      Waar is de tijd van vroeger?
  • qua toon
    • cynisme
      wrede, gevoelloze spot
    • dysfemisme
      bewust kwetsend of grof taalgebruik
    • eufemisme
      verzachtend taalgebruik door iets onaangenaams in bedekte termen te omschrijven
      sterven = heengaan
    • ironie
      het tegengestelde zeggen van wat men eigenlijk bedoelt (vriendelijk bedoeld)
      Wat een vreselijk moeilijke oefening. Mijn geluk kan niet op!
    • sarcasme
      bijtende spot die bedoeld is om iemand te kwetsen
    • understatement
      iets verkleinen of afzwakken (vorm van ironie), vooral gebruikt om ernstige of grote zaken minder ernstig of groot voor te stellen
      Hij had een leuk optrekje (= riant landhuis)