naar de startpagina

nl.taal
Vademecum  
 

naslag > vademecum nl.taal > de nieuwe spelling

De (nieuwe) Nederlandse spelling 

 

indeling

 

 

 

 

 

 

 

 

 

inleiding
Op 1 augustus 1996 zijn nieuwe spellingregels ingevoerd. Overheidsorganisaties en onderwijsinstellingen zijn vanaf die datum verplicht de nieuwe schrijfwijze van het Nederlands te gebruiken. In deze pagina worden de belangrijkste wijzigingen uiteengezet.

Een volledig overzicht van de nieuwe spelling is te vinden in de officiële Woordenlijst Nederlandse Taal (het 'Groene boekje'), die in december 1995 is verschenen bij uitgeverij Sdu/Standaard. Het nieuwe Groene boekje vervangt de oude Woordenlijst uit 1954.

Je vindt hier de voornaamste wijzigingen die de nieuwe spellingregeling i-heeft ingevoerd, maar ook een aantal "oude" knelpunten, zoals c of k, en d of t bij werkwoorden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

principes van de Nederlandse spelling
  • Het basisprincipe is zeer eenvoudig:
    Een woord wordt gespeld met de klanken, die hoorbaar zijn in de standaarduitspraak van het woord. 
    Anders gezegd :"Je schrijft het, zoals je het hoort te zeggen of zoals je het zegt". (fonetisch)
  • Deze grondregel wordt aangevuld met drie extra principes die een soort beperking bevatten:
    • eenzelfde woord, stam, voor- of actervoegsel wordt zoveel mogelijk op dezelfde wijze geschreven (gelijkvormigheid)
      Je schrijft 'goed' (niet 'goet') omdat het 'goede' is, 'actie' vanwege 'actief' en 'werkzaam' (niet 'werksaam') vanwege 'gehoorzaam'.
    • woorden die op overeenkomstige wijze zijn gevormd worden op overeenkomstige wijze geschreven (analogie)
      Omdat het 'hoogte' en 'lengte' is, schrijf je ook 'grootte'; omdat het 'hij heeft' en 'hij zingt' is, schrijf je ook 'hij vindt'
      Op de vorige twee regels over vormovereenkomst bestaan drie uitzonderingen:
      • een v en een z die je op grond van vormovereenkomst aan het eind van een lettergreep moet schrijven, worden vervangen door f en s. 
        Je schrijft dus 'leeftijd' (ondanks 'leven') en 'verhuisde' (ondanks 'verhuizen').
      • een medeklinker aan het eind van een woord wordt niet verdubbeld.
        Je schrijft dus 'hij schiet' (en niet 'hij schiett') en Fries meisje (en niet 'Friess meisje').
      • bij woorden op -s vervalt de s van de achtervoegsels -s(e) en -st(e). 
        Het wordt dus 'Friese' en 'friste'.
    • bij de keuze tussen twee schrijfmogelijkheden beslist de vroegere vorm van het woord (etymologie)
      Vroeger verschilden een aantal woorden in uitspraak en dus ook in spelling. Ondanks het vervallen van de uitspraakverschillen blijven de spellingverschillen bestaan. 
      Je schrijft dus 'rauwkost' (versus 'rouwstoet'), 'ambt', 'thans' en 'medisch'.
  • Deze vier principes worden aangevuld met twee praktische regels:
    • Een enkele medeklinker tussen twee klinkers, waarvan de eerste een gedekte klinker (a, e, i, o of u) is, wordt verdubbeld (verdubbeling bij gedekte klinker)
      Kop wordt daarom 'koppen' en 'pit' wordt 'pitten'.
    • De vrije klinkers (aa, ee, oo en uu) worden in open lettergrepen met een enkel teken geschreven (enkel teken in open lettergreep)
      Je schrijft dus 'lettergrepen', 'taken' en 'duren'.

 

 

 

 

 

 

Engelse werkwoorden
De spelling van vervoegde Engelse werkwoorden als faxen, deleten, saven en golfen is voor het eerst geregeld. Nu zijn deze vervoegingen voor velen nog een bron van twijfel. Is het bijvoorbeeld (naar Nederlandse taalprincipes) gefaxt of (naar Engelse taalprincipes) gefaxed?

Volgens de nieuwe regels worden werkwoorden van Engelse (en Amerikaanse) oorsprong vervoegd als de zwakke werkwoorden in het Nederlands. Ze krijgen in de verleden tijd en als voltooid deelwoord een -d(e), behalve als de stam qua klank eindigt op een medeklinker uit 't kofschip. Dan krijgt het werkwoord in de verleden tijd en als voltooid deelwoord een -t(e).

Het wordt bijvoorbeeld rugbyen, rugbyde, gerugbyd en joggen, jogde, gejogd. Maar het wordt ook: faxen (stam = fax, klinkt als faks), faxte, gefaxt en racen (stam = race, klinkt als rees), racete, geracet.

 

 

 

 

 

 

de tussen -s
Hoofdregel
In het gebruik van de tussen-s verandert bijna niets: in samenstellingen wordt een -s geschreven als deze ook wordt uitgesproken. Dus: bakkersroom, moederskindje en verlovingstijd.

Uitzonderingen
Er zijn samenstellingen waarin sommige mensen wel een -s uitspreken en anderen niet. In die gevallen is het zowel toegestaan een tussen-s te schrijven als geen tussen-s te schrijven. Drugbeleid mag naast drugsbeleid, spellingprobleem naast spellingsprobleem, tijdverschil naast tijdsverschil. Beide varianten zijn even correct. Het is wel aan te raden om bij het schrijven van teksten een keuze te maken: of zoveel mogelijk de tussen-s gebruiken of zo weinig mogelijk.

Tip: Er zijn veel samenstellingen waarvan het tweede deel met een -s of s-klank begint: meisjesstem, adventsstuk of liefdes-serum. Het is dan moeilijk te horen of het eerste deel van de samenstelling een tussen-s moet krijgen. Het is handig het woord in zo'n geval af te breken en met een ander woord samen te trekken: meisjes- en vrouwenstemmen, advents- en kerststuk, liefdes- en minneserum.

 

 

 

 

 

 

de tussen -(e)n

Hoofdregel
De tussen-en wordt volgens de nieuwe regels geschreven als het eerste woord van de samenstelling een zelfstandig naamwoord is dat:

a) in het enkelvoud op -e eindigt en alléén een meervoud heeft op en;
of:
b) in het enkelvoud niet op -e eindigt en een meervoud heeft op en.

Het wordt dus getuigenverklaring, want het meervoud van getuige kan alléén getuigen zijn. Tegelijkertijd blijft het aspergesoep en hoogtevrees, want het meervoud van asperge is asperges, terwijl het meervoud van hoogte zowel hoogten als hoogtes kan zijn.
Daarnaast wordt het bessensap, hondenhok, krantenartikel en pannenkoek, want het meervoud van bes, hond, krant en pan is bessen, honden, kranten en pannen. 
Maar het blijft rijstebrij, eremedaille en rodekool. Rijst en eer hebben immers geen meervoud, terwijl rood geen zelfstandig naamwoord is. 
Het blijft ook ambtenarenvakbond en lerarenkamer. Het meervoud van ambtenaar en leraar kan weliswaar, naast ambtenaren en leraren, ook ambtenaars en leraars (veel gebruikt in Vlaanderen) zijn, maar omdat deze woorden in het enkelvoud niet op een -e eindigen, krijgen ze toch een tussen-en.

Uitzonderingen
Sommige woorden houden een -e als tussenletter, hoewel ze volgens de hoofdregel -en zouden moeten krijgen. Het gaat om de volgende uitzonderingen:

  1. Woorden die verwijzen naar een unieke persoon of zaak. Het blijft bijvoorbeeld zonneschijn, manestraal en Koninginnedag.
  2. Samenstellingen waarvan het eerste deel alleen maar wordt gebruikt als versterking van het bijvoeglijke tweede deel. Zo blijft het boordevol, apetrots, reuzegroot en beresterk.
  3. Plantnamen waarvan het eerste deel een dierennaam is en het tweede deel een plantkundige aanduiding. Het blijft kattekruid en paardebloem, want kruid en bloem zijn plantkundige aanduidingen. Het wordt daarentegen wel kattenstaart en berenklauw, ook als het gaat om de desbetreffende plant. Staart en klauw zijn immers geen plantkundige aanduidingen.
  4. Woorden die een samenstelling lijken, maar dat in werkelijkheid niet zijn (we noemen dit vermeende samenstellingen). Papegaai bestaat bijvoorbeeld niet uit de woorden 'paap' en 'gaai', maar is afgeleid van het Spaanse 'papagayo'. Het wordt dus niet papengaai, maar blijft papegaai. Ook woorden als pierewaaien en bolleboos behoren tot de categorie vermeende samenstellingen.
  5. Woorden die historisch gezien wel een samenstelling zijn, maar door de hedendaagse taalgebruiker niet meer als zodanig worden herkend (versteende samenstellingen). Voorbeelden zijn elleboog, nachtegaal en paddestoel.

Er is ook een lijst met 'vermeende en versteende samenstellingen'. Het gaat om ongeveer honderd woorden. Zie hieronder voor de volledige lijst.

uitzonderingen op de tussen (e)n
Sommige woorden lijken op een samenstelling, maar zijn dat in feite niet. Andere woorden zijn historisch gezien wel samenstellingen, maar worden niet meer als zodanig herkend. Deze 'vermeende en versteende' samenstellingen krijgen een tussen-e in plaats van een tussen-en. Het gaat om de volgende woorden:
apegapen (op - liggen)apekoolapelazerus
(zich het - werken)
apezuur (zich het - werken)assepoesassepoester
assegaaibakkebaardbakkeleien
banderolbietebauwbilzekruid
bolleboosbonnefooi (op de -)bruidegom
bullebakbullebijterbullepees
dageraadduimelotduivekaters
elleboogellepijpelzevier
geuzelambiekhagedishartelap
hartelusthavezatehazewind
hazewindhondheremiethunebed
kakebeenkakenestjekattebelletje
kazematkinnebakkinnesinne
klerelijerklerewijfklerezooi
koddebeierkoekepeerkrabbescheer
krikkemikkruizemuntledemaat
madeliefmaretakmarsepein
masteluinnachtegaalpaarlemoer
paddestoelpapegaaipaperassen
petekindpetemoeipezewever
pielepootpierebadpierement
pierewaaienpierewietpikketanis
poppedeintjeposteleinpruimedant
rammenasravelijnredekaveling
rederijkerrobbedoesrozemarijn
ruggespraakschallebijterscharrebier
scharrebijterscharretongschattebout
schollevaarsikkepit(je)snoezepoes
spillebeenspillepootsporkeboom
sporkehoutstedehoudertakkewijf
tuttebelukkepukwallebak
wegedoornwielewaalwiggebeen
zenegroenzinnebeeldzinnebeeldig

 

 

 

 

 

 

trema's, streepjes en accenten

Trema ( " ) en koppelteken (-)

Hoofdregel
Het trema wordt afgeschaft tussen de delen van een samenstelling. 
Woorden als zeeëgel, zoëven en naäpen worden in het vervolg geschreven als zee-egel, zo-even en na-apen. Het trema blijft wel bestaan in woorden als reëel, kopieën, knieën, coördinatie en geïnd. Deze woorden zijn namelijk geen samengestelde, maar afgeleide woorden.

Uitzondering
In cijfers en getallen wordt het trema gehandhaafd. 
Het blijft bijvoorbeeld tweehonderddrieënveertig, ondanks het feit dat dit een samengesteld woord is. Tweehonderddrie-enveertig zou er te vreemd uitzien.

Aardrijkskundige namen
Woorden, afgeleid van een aardrijkskundige naam met een liggend streepje (koppelteken), krijgen in het vervolg zelf ook altijd een liggend streepje. 
Het wordt bijvoorbeeld Zuid-Hollands, Oost-Duits en Noord- en Zuid-Amerikaans. Het huidige, moeilijk uit te leggen, verschil tussen bijvoorbeeld Zeeuws-Vlaams en Westvlaams verdwijnt.

Accent circonflexe (^)

Hoofdregel
Op de letters a, o en u verdwijnt het 'dakje' (accent circonflexe). 
Woorden als debâcle, pâté, ragoût en entrecôte worden in het vervolg geschreven als debacle, paté, ragout en entrecote. De letter e houdt zijn accent circonflexe. Zo blijft het gêne, fêteren en enquête.

Uitzondering
Wanneer Franse woorden nog helemaal niet zijn vernederlandst, wordt het dakje ook op de a, o of u gehandhaafd. 
Het blijft bijvoorbeeld coûte que coûte.

Het accent aigu (é)
Het accent aigu in de uitgang ée verdwijnt. Nu wordt een woord als logé nog geschreven als logée  wanneer het gaat om de vrouwelijke vorm. Volgens de nieuwe regels wordt het: logee. De mannelijke vorm blijft logé.

 

 

 

voorkeurspelling

Er bestond in de spelling van 1954 een voorkeurspelling en een toegelaten spelling. Nu bestaat er nog maar één erkende spelling.

Hoofdregel
Veel woorden kunnen nu nog op twee manieren worden geschreven: in de voorkeurspelling en in de zogenoemde toegelaten spelling (bijvoorbeeld consequent en konsekwent, apotheek en apoteek, exemplaar en eksemplaar). Volgens de nieuwe regels is er nog maar één officiële spelling: de oude voorkeurspelling. Dus: consequent, exemplaar en apotheek. Overigens was in het onderwijs en bij de overheid de voorkeurspelling al verplicht.

Uitzonderingen
Bij een klein aantal woorden (39 in totaal) is niet gekozen voor de voorkeurspelling, maar voor de 'oude' toegelaten spelling. Er is volledige lijst met uitzonderingen. Het gaat om drie groepen woorden:

  1. Woorden die in een samenstelling anders werden geschreven dan in niet-samengestelde vorm. Het was altijd kopie en fotocopie, kosmos en microcosmos. Die tegenstrijdigheid is opgeheven. Volgens de nieuwe spelling is het: kopie en fotokopie, kosmos en microkosmos.

  2. Woorden die, ten opzichte van vergelijkbare woorden, een onlogische vorm hebben. Insekt wordt bijvoorbeeld geschreven naast project, dialect, effect en direct. In de 'oude' spelling was het publikatie, maar indicatie, abdicatie, identificatie en locatie. Produkt, produktie en produktief bestaan naast viaduct, reductie en inductief. Ook deze tegenstrijdigheden worden opgeheven. Het wordt: insect, publicatie en product.

  3. Woorden die door vrijwel niemand in de voorkeurspelling werden geschreven. Het is nu bijvoorbeeld kroket in plaats van croquet en propedeuse in plaats van propaedeuse. NB: In bepaalde gevallen blijven twee spellingen naast elkaar bestaan. Het gaat om woorden die op verschillende manieren kunnen worden uitgesproken: cinema en kinema, destilleren en distilleren, transitoir en transitoor, bloes en blouse. Beide varianten zijn gelijkwaardig. Er is dus ook in deze gevallen geen onderscheid tussen voorkeurspelling en toegelaten spelling.

 

uitzonderingen i.v.m. de voorkeurspelling
Spelling 1996Voorkeurspelling 1954
antichrist antikrist
katheter catheter
kroket croquet
dioxide dioxyde
elektrocuteren elektrokuteren
elektrocutie elektrokutie
emfase emfaze
fotokopie fotocopie
fotokopiëren fotocopiëren
harmonica harmonika
insect insekt
complot komplot
complotteren komplotteren
corpus korpus
quaker kwaker
lambriseren lambrizeren
lambrisering lambrizering
macrokosmos macrocosmos
mediëvist mediaevist
microkosmos microcosmos
oxidatie oxydatie
oxide oxyde
oxideren oxyderen
pre prae
preses praeses
prakkiseren prakkizeren
praktiseren praktizeren
predicatief predikatief
product produkt
productie produktie
productief produktief
productiviteit produktiviteit
propedeuse propaedeuse
propedeutisch propaedeutisch
publicatie publikatie
kwantum quantum
vredestraktaat vredestractaat
vulkanisatie vulcanisatie
vulkaniseren vulcaniseren

 

speciaal
Er zijn een aantal spellingregels die traditioneel voor problemen zorgen. Sommige ervan zijn door de nieuwe regeling (de zgn. spelling 1995) gewijzigd, andere niet of nauwelijks. We zetten een en ander hier nog eens op een rijtje.

 

c of k
  • we schrijven een k
    • in woorden die duidelijk van Nederlandse origine zijn
      Denk aan woorden als kat, keuken, kijken, komen.
  • we schrijven meestal een c
    • in woorden met klanken die duidelijk naar andere talen verwijzen
      Daarom is het cachet, canaille, coach, computer en culinair.
    • voor een t
      Bijvoorbeeld in actie, correct, lactose, insect, product.
      Maar het is bijv. akte, elektriciteit, oktober, praktijk, traktaat.
    • in de voorvoegsels co-, col-, com-, con- en cor-
      Dus coalitie, colporteren, combinatie, congres, cordiaal.
      Maar schrijf een k in: koket, kokos, kolibrie, koliek, kolom, kolos, komeet, komiek, komma, kompas, kompres, konvooi, kopij, koraal, kordaat, korset en kotelet

 

d en t bij werkwoorden
  • Schrijf een t achter het werkwoord in de 2de en 3de persoon enkelvoud tegenwoordige tijd.
    jij gaat, het gebeurt, hij komt, zij springt, jij biedt, zij raadt
    • uitzondering 1: als de stam van het werkwoord al eindigt op een -t schrijf je geen extra t
      Dus niet: hij giett maar hij giet
    • uitzondering 2: als het onderwerp jij of je achter de persoonsvorm staat
      Dus: kom je en heb jij en bied je
      Maar ook: komt je vriend (want je is geen onderwerp)
  • Schrijf een t bij een voltooid deelwoord van een werkwoord dat ch, f, k, p, s of x heeft voor de uitgang -en
    gewacht, geboft, gehakt, gestopt, gewist, gefaxt, vermaakt
  • Schrijf een d bij een voltooid deelwoord van een werkwoord waarvan de stam eindigt op een klinker of op een andere medeklinker dan in het vorige punt opgesomd
    geribd, gehoord, versteend, gehelmd, gehuwd, geloofd
    Enkele eigenaardige woordbeelden: gesleed (< sleeën), gejudood (< judoën), gerugbyd (w rugbyen)
    • uitzondering: bij een voltooid deelwoord komt gene extra d als de stam eindigt op -d
      Het is niet gedoodd maar gedood.

 

hoofdletter of kleine letter
  • We schrijven een hoofdletter
    • aan het begin van een zin
      Zij wacht op nieuws.
    • bij eigennamen
      • persoonsnamen: Bert, de heer Janssen, Piets adres
      • aardrijkskundige namen en afleidingen: Maaseik, Noord-Frankrijk, de Duitse taal, West-Vlaams
      • namen van instellingen, organisaties, bedrijven, gebouwen enz.: de Europese Unie, KBC, de Renaultfabriek, het Museum voor Schone Kunsten
      • aanduiding van vorsten, staatshoofden en kabinetsleden wanneer hun functie bedoeld wordt: Zijne Koninklijke Hoogheid, de President van Duitsland, de Minister (maar: hij is al enkele jaren minister)
  • We schrijven een kleine letter:
    • bij namen van maatschappelijke, culturele, godsdienstige stromingen, etnische groepen enz.
      socialisme, christendom, islamiet, joden, eskimo's, indianen
    • in soortnamen die afgeleid zijn van een eigennaam
      adamsappel, champagne, marxisme

 

s of 's

Bij meervoudsvormen en bij genitiefvormen wordt een -s toegevoegd aan het woord. Bij het schrijven zijn daarvoor twee mogelijkheden: ofwel staat de s vast aan het woord, ofwel wordt ze voorafgegaan door een apostrof.

hoofdregel
De s van meervoud of genitief wordt vastgeschreven aan het woord.
meervoud: dokters, tantes, cadeaus, dominees
genitief: Karels fiets, Piets hoed, Jeannes adres

uitzondering
We schrijven apostrof s ('s) als het woord op een heldere klinker die met één letterteken wordt geschreven, dus na a (uitgesproken als aa), e (uitgesproken als ee), i (uitgesproken als ie), o (uitgesproken als oo), u (uitgesproken als uu), y (uitgesproken als ie)
meervoud: opa's, facsimile's, ski's, jojo's, paraplu's, baby's
genitief: Ria's vrienden, Jo's boek, Rudy's optreden
Opgelet. Als het woord eindigt op een letter met een accent schrijven we geen apostrof: cafés.