6. de bijwoordelijke bepaling (BWB)
 
Het is een zinsdeel dat ofwel de PV ofwel de hele zin nader bepaalt.
Hij praat snel - Gisteren reed je onvoorzichtig - Jij rijdt altijd  snel  op de autoweg - In Nederland vind je de hoogste plaatsen in Zuid-LimburgI
 
We kennen verschillende soorten BWB. De voornaamste zijn:
  
plaats Waar? Je ziet Karel altijd in de buurt van Karla.
richting Waarheen? Vanwaar? Ze reisden samen naar het Verre Oosten
tijd Wanneer? Hoelang? 's Morgens is het hier erg kalm.
wijze Hoe? Hij deed het op zijn dooie gemak.
middel Waarmee? Hij kwam met de fiets.
reden Waarom? (gaat vooraf aan de handeling) Ze vertrok omdat ze het feest saai vond.
oorzaak Waardoor? (gaat vooraf aan de handeling) De weg is glad omdat het sneeuwt.
doel Waarom? (volgt op de handeling) Ze vertrok om haar trein te halen.
voorwaarde Op welke voorwaarde? Ik zou blij zijn als je kwam.
 
Een BWB kan ook een zinsdeelstuk zijn, zoals de BWB van graad in de volgende zin:
In welke mate? Hoezeer? Het is erg jammer dat hij niet kan komen.