| 5. het voorzetselvoorwerp (VZV) |
|
|
 |
Het voorzetselvoorwerp is een zinsdeel dat wordt
ingeleid met een vast voorzetsel, d.w.z. een voorzetsel dat een
vaste verbinding vormt met het werkwoord. Het gaat om een soort
figuurlijke betekenis en als je het voorzetsel vervangt door een ander
krijg je een heel andere betekenis. Een VZV duidt bovendien nooit
plaats of tijd aan. |
|
Wij wachten op een seintje - De atleten streven naar
betere prestaties |
|
|
 |
- Een VZV kan je niet omzetten in de
volgende speciale constructie
Ik wacht op het perron -> Ik wacht, en doe
dat op het perron (kan: dus geen VZV)
Hij wachtte op zijn vader -> Hij wachtte, en deed
dat op zijn vader (kan niet: dus VZV)
- Een VZV kan je omzetten in de volgende
speciale constructie
Karel dacht aan zijn boek ->
Karel dacht eraan dat zijn boek... (kan: dus VZV)
Anton lag onder een boom -> Anton lag eronder
dat ... (kan niet: dus geen VZV)
|
|
|
|
|