5. het voorzetselvoorwerp (VZV)
 
Het voorzetselvoorwerp is een zinsdeel dat wordt ingeleid met een vast voorzetsel, d.w.z. een voorzetsel dat een vaste verbinding vormt met het werkwoord. Het gaat om een soort figuurlijke betekenis en als je het voorzetsel vervangt door een ander krijg je een heel andere betekenis. Een VZV duidt bovendien nooit plaats of tijd aan.
Wij wachten op een seintje - De atleten streven naar betere prestaties
 
  1. Een VZV kan je niet omzetten in de volgende speciale constructie
    Ik wacht op het perron  ->  Ik wacht, en doe dat op het perron (kan: dus geen VZV)
    Hij wachtte op zijn vader  ->  Hij wachtte, en deed dat op zijn vader (kan niet: dus VZV)
  2. Een VZV kan je omzetten in de volgende speciale constructie
    Karel dacht aan zijn boek  ->  Karel dacht eraan dat zijn boek... (kan: dus VZV)
    Anton lag onder een boom 
    ->  Anton lag eronder dat ... (kan niet: dus geen VZV)