|
|
||
| 4. het meewerkend voorwerp (MV) | |
| Het meewerkend voorwerp is een zinsdeel dat 'meewerkt' om de handeling mogelijk te maken. Het kan worden ingeleid door aan of voor. | |
| We gaven hem meteen goede raad - Ze kochten Hans weleens een snoepje | |
|
Test of aan of voor weglaatbaar
is Hij gaf hem een pen -> Hij gaf een pen aan hem Ze kocht Jan een hemd -> Ze kocht een hemd voor Jan Ze schreef Peter een brief -> Ze schreef een brief aan Peter Hij onderwijst migranten -> Hij onderwijst aan migranten Je moet Joke schrijven -> Je moet schrijven aan Joke Hij onderwijst Nederlands aan migranten -> Hij onderwijst migranten Nederlands * Hij onderwijst aan het college -> * 'Hij onderwijst het college' is niet mogelijk: dus ' het college' is geen MV |
|