11. de samengestelde zin
 
Een enkelvoudige zin heeft maar 1 PV; een samengestelde zin heeft meer PV's.
Het huis aan de overzijde van deze drukke straat wordt morgen misschien gesloopt door de wat excentrieke oude eigenaar: enkelvoudige zin want maar 1 PV
Hij kwam binnen, keek even rond en verdween weer: samengestelde zin want 3 PV's
 
Tot nu toe hebben we het altijd over de enkelvoudige zin gehad, maar een samengestelde zin is gewoon een combinatie van afzonderlijke zinnen en elk daarvan kan je natuurlijk op de gewone wijze ontleden.
De deelzinnen van een samengestelde zin kunnen op twee manieren gecombineerd worden:
  • nevenschikking: de deelzinnen zijn gelijkwaardig
    Jan lust geen garnalen / maar / zijn vrouw maakt ze toch klaar.
    • alle deelzinnen kunnen op zichzelf staan als volledige zin
    • ze worden verbonden door leestekens of voegwoorden
    • OND en PV staan samen
    • enkele mogelijke verbanden zijn:
      • aaneenschakelend: met het voegwoord en
      • tegenstellend: met het voegwoord maar of of
      • oorzakelijk: met het voegwoord want
  • onderschikking: de ene zin is onderdeel van de andere en kan niet op zichzelf staan
    Alhoewel / Jan geen garnalen lust, / maakt zijn vrouw ze toch klaar.
    Ze vindt / dat / hij moet eten wat de pot schaft.
    • de ondergeschikte zin is zinsdeel of zinsdeelstuk van de hoofdzin
De benaming van de deelzinnen:
  • bijzin: een zin die een zinsdeel is van een samengestelde zin
    Dat deze tekst moeilijk is, is voor iedereen duidelijk: onderwerpszin
    Ik begrijp dat je dit niet kan aanvaarden: lijdendvoorwerpszin
    zie ook les 8
  • hoofdzin: een zin die op zichzelf een afzonderlijke zin kan vormen (en de eigenlijke betekenis bevat)
    De man die andere keren met veel branie zijn overtuiging verdedigde tegenover andersdenkenden bleef zwijgen.
Toegepast op het voorgaande geeft dat:

bij nevenschikking worden hoofdzinnen gecombineerd, bij onderschikking bevat de zin een (of meer) hoofdzin(nen) en een (of meer) bijzin(nen)