10. de bepaling van gesteldheid
 
De bepaling van gesteldheid is een bepaling bij het OND of het LV die geen deel uitmaakt van dat zinsdeel zelf. Volgens de gangbare definitie heeft deze bepaling betrekking op de PV én op OND of LV.
De blozende jongen kwam de klas binnen:  'blozend' is deel van het OND
De jongen kwam blozend de klas binnen: 'blozend' is een afzonderlijk deel van de zin
 
Enkele voorbeelden:
  • Hij reed snel naar huissnel hoort alleen bij rijden, dus geen bep. v. gest.
  • Hij reed rustig naar huis: rustig slaat op hij en op rijden, dus bep. v. gest.
  • Men bracht de man ziek thuis: bep. v. gest.
  • Als directeur was hij niet geliefd: bep. v. gest.