1. de persoonsvorm (PV)
 
Dit is het werkwoord dat in persoon (1ste, 2de, 3de) en getal (enk., mv.) overeenkomt met het onderwerp en in een andere tijd kan worden geplaatst.
Ik heb limonade gedronken - Hij heeft limonade gedronken - Zij hebben limonade gedronken
 
  1. Maak de zin vragend: de PV is dan het eerste woord van de zin.
    Hij had al een hele tijd alleen rondgelopen
     ->   Had hij al een hele tijd alleen rondgelopen?
  2. Zet de zin in een andere tijd: het woord dat verandert is de PV.
    Komt hij altijd zo laat?
    ->  Kwam hij altijd zo laat?
Er zijn verschillende soorten werkwoorden:
  • zelfstandig werkwoord 
    • heeft op zichzelf betekenis
    • kan alleen of met een hulpwerkwoord + een OND een volledige en juiste zin vormen
    • proef: je kan het door andere werkwoorden vervangen
      Jan loopt - Jan zwemt - Jan heeft gekocht - Jan is gekomen
  • niet-zelfstandig werkwoord: staat niet alleen in de zin
    • hulpwerkwoord wordt gebruikt om een zelfstandig werkwoord te vervoegen
      • in een voltooide tijd: Zij hebben geholpen
      • in de lijdende vorm: Het plan werd goedgekeurd
    • koppelwerkwoord heeft altijd een GEZ nodig
het gezegde (GEZ)
is een naamwoordelijk zinsdeel dat een noodzakelijke aanvulling vormt bij een koppelwerkwoord dat als PV wordt gebruikt.
Haar plan is geniaal - De uitvoering ervan is niet makkelijk - Dat wordt nog een hele klus
 
N.B.: Deze traditionele opvatting van het GEZ wijkt af van die in moderne grammaticaboeken. Lees hier waarom.