| opmerking over het gezegde | |
| In de moderne Nederlandse taalkunde worden er twee soorten van gezegde onderscheiden: | |
| het werkwoordelijk
gezegde bestaat uit de persoonsvorm plus eventueel andere
werkwoordsvormen waarmee de persoonsvorm een samenhangend geheel vormt. De kern is een zelfstandig werkwoord. Ik had je eerder moeten schrijven. |
|
| Daarbij rekenen we ook onweglaatbare delen zoals: | |
|
|
| het naamwoordelijk
gezegde bestaat uit een koppelwerkwoord aangevuld met een
naamwoordelijk deel. De koppelwerkwoorden zijn: zijn, worden, lijken, blijken, blijven, schijnen, heten, dunken, voorkomen. Het naamwoordelijk deels is een noodzakelije aanvulling bij het koppelwerkwoord. |
|
| Het naamwoordelijk deel kan o.a. zijn: | |
|
|
| Bij de studie van (klassieke en moderne) vreemde talen wordt deze definitie van gezegde helemaal niet gebruikt, maar verstaat men onder gezegde eigenlijk het naamwoordelijk deel van een naamwoordelijk gezegde. In de traditionele Nederlandse taalhandboeken werd dezelfde betekenis gebruikt. Omdat al onze leerlingen minstens twee vreemde talen moeten leren, is ervoor gekozen om de traditionele definitie van gezegde aan te houden. Op die manier heeft het begrip in alle taallessen dezelfde betekenis. | |