| voorwoord: een lessenreeks over zinsontleding | |
| wat? | Een zin ontleden betekent dat je hem verdeelt in de verschillende zinsdelen waaruit hij is opgebouwd en ieder zinsdeel de juiste naam geeft. |
| waarom? | Alhoewel zinsontleding altijd wordt aangeleerd
in de lessen Nederlands, is ze vooral belangrijk als je andere talen wil
studeren. Want heel veel regels van de grammatica spreken voortdurend
over woordsoorten en hun functie in de zin. En die functie vind je door
de zin te ontleden. Enkele voorbeelden? In het Duits is de vorm van een naamwoord anders als het onderwerp is dan wanneer het lijdend of meewerkend voorwerp is. In het Frans wordt 'makkelijk' soms vertaald als 'facile' en soms als 'facilement' en dat hangt samen met zijn functie in de zin. In het Engels horen bijwoordelijke bepalingen thuis aan het einde van de zin en in een bepaalde volgorde. |
| waar? | Ieder lesje handelt over één soort zinsdeel en is opgebouwd volgens een vaste structuur: |
|
|
| De volgorde van de lessen is belangrijk: | |
|
|
| maar! | Het begrip gezegde wordt in deze lessenreeks gebruikt in de traditionele betekenis, die erg verschilt van de betekenis die men er tegenwoordig aan geeft. De reden daarvoor is dat de leerlingen dan in de studie van andere talen dezelfde begrippen kunnen blijven gebruiken, wat met de moderne betekenis van gezegde niet kan. |
| plus! | Om je geheugen op te frissen herhalen we op
een aparte pagina enkele belangrijke grammaticale
begrippen die in de lessen worden gebruikt. |