2.7 oogbeweging
Bij gewoon lezen glijden je ogen van woord naar woord, want zo heb je het vroeger geleerd. Dat zijn zo een 10 tot 15 oogbewegingen per regel tekst.
Maar we weten nu dat je leesbreedte heel wat ruimer is dan één enkel woord. Daar kunnen we iets mee doen: in plaats van met de ogen naar het volgende woord te glijden, moeten we meteen naar de volgende woordgroep springen.  En zoals je weet gaat springen heel wat vlugger dan glijden.
  • Geroutineerde snellezers hebben aan 3 à 4 oogbewegingen per regel genoeg.
Bovendien staan er in iedere zin veel woorden die we strikt genomen niet nodig hebben om het geheel te begrijpen. Veel lidwoorden, voegwoorden, hulpwerkwoorden kan je zonder meer weglaten en toch versta je de inhoud van de zin. Al deze korte woorden zijn dus inhoudelijk overbodig.
  • Kranten passen deze wetenschap toe in hun koppen: alle overbodige woordjes worden weggelaten. Toch is de boodschap duidelijk.
We kunnen deze "nutteloze" woordjes dus zonder problemen overslaan als het op snelheid aankomt. Trouwens, als we letten op de belangrijke (en meestal ook langere) woorden, nemen we die andere onbewust toch gedeeltelijk mee op.
Besluit: probeer met je ogen door de tekst te springen en concentreer je daarbij op de belangrijke/langere woorden.