2.6 leesbreedte
Neem eens een groepsfoto en kijk naar de persoon in het midden. Zonder er speciaal op te letten heb je ook de anderen rond hem opgemerkt. Je weet misschien geen details, maar waarschijnlijk kan je toch wel iets vertellen over hen vertellen (man of vrouw, groot of klein, slank of gezet, kaalkop of sproetengezicht).
Onbewust kijk je dus heel wat "breder" dan je zelf - bewust - wil.
Bij lezen gebeurt hetzelfde: ongewild worden de woorden links en rechts van een woord dat je bewust leest mee opgenomen. Je ziet dus in één keer een hele woordgroep: dat is je leesbreedte.
Probeer het uit met een krantenkop. Kijk kort naar het centrale woord (max. 1 seconde, weet je nog) en zonder extra inspanning heb je (bijna) de hele titel meegekregen.
Als je daarvan kan profiteren, betekent dat natuurlijk een grote snelheidswinst: je leest geen losse woorden meer maar hele woordgroepen ineens.
Je kan deze techniek oefenen op de manier die beschreven is bij geen letters maar woorden. Alleen moet je op de flashcards nu woordgroepen schrijven en in kranten en op panelen hele stukken tekst proberen te "vangen" in één keer.