|
|
||
| 2.4 | oefening baart snelheid | |
| De drie technieken die we je aanraden, zijn eigenlijk niet moeilijk. Toch is het niet makkelijk om ze te gebruiken, gewoon omdat ze helemaal anders zijn dan je vertrouwde manier van lezen. Het is dus eerder een kwestie van ze gewoon te worden. En dat veronderstelt (veel) oefenen. | ||
| Train eerst iedere techniek afzonderlijk. Let erop dat dit altijd gebeurt in de juiste omstandigheden. | ||
| Probeer ze daarna te combineren. Vertrek altijd met de techniek die je best onder de knie hebt en voeg er dan eerst één, later beide andere aan toe. | ||
| Meet je leessnelheid aan het begin van je oefenreeks:
aantal woorden per minuut. Controleer ze na enkele oefeningen opnieuw. Als
je niet duidelijk bent vooruitgegaan, ben je nog niet klaar voor
moeilijkere oefeningen. |
||
| Neem telkens een nieuwe tekst. Een tekst die je
eerder hebt gelezen is waardeloos: je leest hem aan een onnatuurlijke
snelheid omdat je weet wat erin staat. Waar haal je zo veel nieuwe
teksten? - krant of tijdschrift - leesboek: telkens een volgend hoofdstuk |
||
| Bij de aanvang probeer je de techniek(en) minstens 1 hele bladzijde vol te houden. Geleidelijk verhoog je het aantal bladzijden tot 5. Uiteindelijk moet je tot ca. 10 bladzijden kunnen geraken. | ||