| 2.2 |
geen letters maar woorden |
|
| Probeer
een woord in zijn geheel te lezen. |
| Na de basisschool ben je het stadium van het
spellend lezen al lang voorbij. Toch gebeurt het nog te vaak dat mensen
een woord "van voor naar achteren" lezen. Terwijl je de meeste
woorden onmiddellijk "herkent", zelfs als je ze maar een fractie
van een seconde ziet. |
|
Je moet je erop oefenen om woordbeelden
te herkennen i.p.v. de letters na elkaar te lezen. |
|
 |
Voorbeeld 1: maak zgn. flashcards. Dat zijn kaartjes waarop telkens
één woord staat. Je mengt ze door elkaar en bekijkt ze gedurende
maximum 1 seconde. Op die tijd moet je kunnen zien welk woord erop
staat. Nog beter is de kaartjes door iemand anders te laten maken, dan
zijn de woorden gegarandeerd nieuw voor je. In een volgende stap kan
je een combinatie van enkele woorden proberen. |
 |
Voorbeeld 2: gebruik een krant of tijdschrift als
flashcard. Open
op een willekeurige bladzijde. Dwing je om niet langer dan 1 seconde
naar een titel te kijken en ga na hoeveel woorden je ervan hebt
onthouden. |
 |
Voorbeeld 3: gebruik reclamepanelen als flashcards. Als je met auto,
bus of trein reist, probeer dan de woorden erop te lezen door zo kort
mogelijk ernaar te kijken. Denk eraan: max. 1 seconde! |
|
|
Je zal merken dat je meer en vlugger kan lezen
dan je dacht. Maar ook dat je altijd de neiging hebt om langer te kijken
dan nodig is. Het eerste moet je jezelf aanleren, en het tweede afleren. |