Vul de juiste vorm in

Gisteren [bekennen] Paul dat hij al eerder afspraken had [maken] met de tegenpartij, maar dat hij deze ook niet had [volgen] . Hij [voegen] eraan toe dat dit toen ook tot problemen had [leiden] , die pas werden [beëindigen] toen hij hen [uitleggen] dat hij [inslikken] wat hij eerder had [zeggen] . Katrien zegt net dat ze [hopen] hoopt dat hij toen de waarheid heeft [vertellen] en ze [verwachten] dat hij voortaan wat langer [wachten] en beter [overdenken] wat hij allemaal [zeggen] .