1. Toen hij te vroeg [starten] , [excuseren] hij zich bij de andere deelnemers.2. Ik vraag me af hoe hij zich [redden] uit die situatie, die hij zelf [veroorzaken] .3. Wat [beloven] hij je toen je hem [aanduiden] als winnaar?4. De leeuw [verschalken] de antilope terwijl hij [grazen] en [schrokken] hem naar binnen.