1. Je [bieden] [spiek] onmiddellijk je verontschuldigingen aan!2. Ik [verbieden] [spiek] je zo te spreken!3. [bieden] [spiek] je hem geen drankje aan?4. Hoeveel [bieden] [spiek] hij je daarvoor?5. Wij [ontbieden] [spiek] je ouders voor een gesprek.