d of t  

 begrippen (4)

 

   
We kennen regelmatige of zwakke werkwoorden en onregelmatige of sterke werkwoorden. Dit onderscheid heeft te maken met de manier waarop we ze vervoegen.
 
  Regelmatige of zwakke werkwoorden worden via volgens algemene regels vervoegd, d.w.z. dat bij ieder van deze werkwoorden eenzelfde vorm op dezelfde manier wordt gemaakt.
 
  • O.V.T. = stam + DE(N) of stam + TE(N)
  • voltooid deelwoord = GE + stam + D of T
 
wachten - wachtte - gewacht
tekenen - tekende - getekend
merken - merkte - gemerkt
zuchten - zuchtte - gezucht
krassen - kraste - gekrast
hijgen - hijgde - gehijgd
   
  Onregelmatige of sterke werkwoorden worden niet vervoegd volgens regels. Ieder werkwoord heeft zijn eigen, typische vormen, die je vaak alleen kan weten door ze uit het hoofd te leren
 
kijken - keek - gekeken
slapen - sliep - geslapen
trekken - troke - getrokken
vragen - vroeg - gevraagd
slaan - sloeg - geslagen
spreken - sprak - gesproken
houden - hield - gehouden
sluiten - sloot - gesloten
hangen - hing - gehangen