| |
|
De
O.T.T. of onvoltooid tegenwoordige tijd is de werkwoordvorm
die we gebruiken om te beschrijven wat nu gebeurt.
Hij bestaat uit
het werkwoord alleen, zonder een hulpwerkwoord. In de voorbeelden
is de O.T.T. onderstreept: |
| |
Ik kijk naar
buiten. Hij ziet mij kijken en lacht. Wij
begrijpen elkaar zonder dat we het moeten uitleggen.
Gisteren was dat anders. Maar dat vertel ik je wel een
andere keer.
( "was" is geen O.T.T. maar O.V.T.) |
| |
|
De
O.V.T. of onvoltooid verleden tijd is de
werkwoordvorm om iets van vroeger aan te duiden.
Hij bestaat uit
het werkwoord alleen, zonder een hulpwerkwoord. In de voorbeelden
is de O.T.T. onderstreept: |
| |
Ik vroeg wat hij
ervan dacht maar hij antwoordde niet. Hij keek
verbaasd, dan knikte hij even met zijn hoofd en wenste
ons een prettige avond. Hij blijft een vreemde man.
("blijft" is geen O.V.T. maar O.T.T.) |
| |
|