| |
|
De stam van een regelmatig werkwoord is het hele werkwoord
zonder de eind -en. Daarbij schrijven we nooit een dubbele
medeklinker aan het einde. En de "lange" klinker wordt wel
verdubbeld. |
| |
| gewoon = werkwoord -
EN |
speciaal : geen
dubbele medeklinker |
speciaal: dubbel
klinkerteken |
|
helpen >
help
bieden > bied
draaien > draai
leven > leev
(maar geschreven als leef !)
verhuizen > verhuiz
(maar geschreven als verhuis !) |
bidden >
bid
zetten > zet
stoppen > stop |
lopen >
loop
nemen > neem
sturen > stuur |
|
| |
|
De
persoonsvorm is de vorm van een werkwoord die bij het
onderwerp hoort. Als dat onderwerp verandert, kan de persoonsvorm
mee veranderen. In de voorbeelden is de persoonsvorm onderstreept: |
| |
Ik heb een vraag gesteld
maar hij antwoordt niet. Dat heeft hij al vaker gedaan maar
ik apprecieer dat niet.. Gisteren sprak hij de hele tijd.
Ik begrijp hem gewoon niet.
("sprak" is geen O.T.T. maar onvoltooid verleden tijd) |
| |
|