d of t  

 persoonsvorm in de O.V.T.

   
We maken de verleden tijd van een regelmatig werkwoord door aan de stam de uitgang -de of -te toe te voegen.
Voor het meervoud plaatsen we daar nog de meervouds-n echter, dus -den of -ten.
   
-te(n) Alleen als de stam eindigt op een stemloze medeklinker. Alle stemloze medeklinker van het Nederlands vind je terug in het woord 't kofschip
   
 
STAM + TE(N) als de eindklank een stemloze medeklinker is
   
-de(n) ik wandelde - jij tekende - zij veroverde - wij timmerden - jullie bewonderden
Let op: hij leefde (want de stam is "leev" maar wordt geschreven als "leef")
Let op: zij verhuisden (want de stam is "verhuiz" maar wordt geschreven als "verhuis")
  Hier zie je hoe belangrijk het is precies te weten wat de stam van een werkwoord is!
   
 
STAM + DE(N) in alle andere gevallen
   
dd of tt Gewoon de regel toepassen: -de(n) of -te(n) toevoegen, ook als de stam eindigt op -t of -d
  ik arbeid + de = arbeidde
hij zet + te = zette
wij antwoord + den = antwoordden