|
 |
niet iedereen beschikt over dezelfde intelligentie
Het zou naïef zijn te denken dat iedereen met opletten, meedoen in de klas en thuis studeren hoge toppen zou scheren.
Ieder mens beschikt over mogelijkheden en talenten, maar wordt ook geconfronteerd met tekorten en
begrenzing. Niet iedereen beschikt over dezelfde intelligentie, niet iedereen heeft aanleg voor wiskunde, voor talen, voor muziek, enz. Men dient daarom rekening te houden met de theorie van de meervoudige intelligentie.
De aanhangers van de meervoudige intelligentietheorie winnen steeds meer terrein.
Zij beweren dat wij verschillende, van elkaar onafhankelijke capaciteiten bezitten. Ieder mens heeft in zich minstens acht verschillende typen van intelligentie die niet noodzakelijk met elkaar samenhangen en van zeer verschillend niveau kunnen zijn. Zo kan een mens bijzonder muzikaal zijn zonder ook maar enige verbale vaardigheid aan de dag te leggen. Een taalvirtuoos is niet vanzelfsprekend ook een rekenwonder. |

|
|
 |
criteria
Om te voorkomen dat alles intelligentie genoemd wordt, heeft men een aantal criteria ontwikkeld waaraan vaardigheden, talenten en capaciteiten moeten voldoen om in aanmerking te komen voor de kwalificatie intelligentie.
Er kan pas van een specifieke intelligentie gesproken worden als zij:
 |
afzonderlijk beschadigd kan raken bij aantasting van delen van de hersenen. Denk bijvoorbeeld aan afasie (aantasting van de taalvaardigheid na een beroerte); |
 |
zich op uitzonderlijke wijze manifesteert in mensen die op andere terreinen ver achterblijven. Denk bijvoorbeeld aan autistische rekenwonders; |
 |
opgebouwd is uit verschillende vaardigheden die nauw met elkaar samenhangen. Muzikale intelligentie bijvoorbeeld vergt een sterk gevoel voor melodie, harmonie, ritme, timbre en muzikale structuur; |
 |
in een individu duidelijk tot ontwikkeling gebracht kan worden; |
 |
steunt op een plausibele evolutionaire verklaring. Zoogdieren bijvoorbeeld beschikken over een groot ruimtelijk inzicht; |
 |
duidelijk is welke delen van de hersens er precies bij betrokken zijn; |
 |
het bestaan ervan bevestigd kan worden door psychometrische tests; |
 |
zich leent voor ‘codering' in een symboolsysteem (het alfabet, cijfers, noten, landkaarten). |
|

|
|
 |
Sinds de jaren zeventig heeft men talloze menselijke capaciteiten aan deze voorwaarden getoetst.
 |
De meeste vielen af. Zo oordeelde men dat gevoel voor humor of seksualiteit niet als intelligentie aangemerkt kan worden. Creativiteit, wijsheid en moraliteit zijn deugden en geen intelligentie. |
 |
Uiteindelijk hield men er zeven over die wel aan alle of bijna alle voorwaarden kunnen voldoen: taal, rekenen/logisch denken, muziek, ruimtelijk inzicht, kinesthesie, zelfkennis en mensenkennis. De laatste twee worden tegenwoordig ook wel aangeduid als emotionele intelligentie (EQ). |
 |
Halverwege de jaren negentig werd er nog een intelligentie aan de lijst
toegevoegd: die van de naturalist (de bijzondere vaardigheid om natuurlijk objecten te herkennen en categoriseren). |
 |
Momenteel is men drukdoende te onderzoeken of een negende intelligentie de toetssteen kan doorstaan: existentiële intelligentie, ofwel het menselijk vermogen om fundamentele vragen over het bestaan, leven, dood en eindigheid op te werpen en te doorgronden. |
|
 |
De verschillende vormen van intelligentie kunnen we als volgt omschrijven:
 |
taalkundige intelligentie: de beheersing van en liefde voor taal en woorden, gekoppeld aan de behoefte deze te exploreren. Dichters, schrijvers en taalkundigen bezitten deze intelligentie. |
 |
mathematische intelligentie: het doorgronden van onderwerpen en abstracties, hun onderlinge relaties en onderliggende principes. Denk maar aan wiskundigen, wetenschappers en filosofen. |
 |
muzikale intelligentie: het kunnen beluisteren, onderscheiden, bedenken en/of uitvoeren van toonhoogtes, ritme en timbre. Componisten, dirigenten en musici bezitten deze intelligentie. |
 |
ruimtelijke intelligentie: het vermogen om de visuele wereld accuraat waar te nemen en deze waarneming aan te passen en te herscheppen. Denk bijvoorbeeld aan architecten, kunstenaars en cartografen. |
 |
kinesthetische intelligentie: het vermogen om welbewust bewegingen en handelingen van het eigen lichaam te beheersen en te sturen. Deze vermogen vind je bij atleten, dansers en acteurs. |
 |
persoonlijke intelligentie (zelfkennis én mensenkennis): het determineren van gevoelens en stemmingen in zichzelf en anderen als leidraad voor gedrag. Psychologen, politici en religieuze leiders ontwikkelen deze intelligentie. |
 |
naturalistische intelligentie: het vermogen om objecten en patronen in de natuur te herkennen, onderscheiden en categoriseren. Denk maar aan biologen, natuurvorsers en kunstenaars. |
 |
existentiële intelligentie: het kunnen bevatten, overdenken en verwoorden van de fundamentele kwesties van het bestaan. Dit vermogen wordt toegekend aan filosofische denkers en spirituele leiders.
|
|

|