 |
Lees eerst alle opdrachten
Vergewis je ervan dat je begrijpt wat je moet doen. Vraag het bij twijfels aan de leerkracht (niet aan degene die naast je zit). Kijk eerst de hele test door voordat je begint. Dit helpt je je tijd in te delen. Het kan nooit kwaad de vragen en straks ook je antwoorden tweemaal over te lezen. |
 |
Gebruik alle tijd die je voor een toets is
toegestaan
Lees je antwoorden nog eens na, om er zeker van te zijn dat ze duidelijk en op de juiste plaats zijn ingevuld. |
 |
Als je een opstel of een verhandeling moet maken, maak dan eerst een korte inhoud van de ideeën die je erin wilt weergeven.
Op die manier vergeet je niet wat je eigenlijk wilde vertellen en kun je je beter concentreren op hoe je het moet schrijven. |
 |
Schrijf leesbaar en onderstreep de belangrijkste
woorden
Jijzelf en ook de leerkracht die je toets verbetert, krijgen daardoor een beter overzicht van je antwoorden. |
 |
Als je op een vraag het antwoord niet meteen weet, sla die dan voorlopig over en ga over naar de
volgende
Zo ben je er zeker van dat je die punten tenminste al binnen hebt. Als je op een van de vragen het antwoord echt niet weet, probeer het dan te raden, of probeer tenminste een gedeelte van de vraag te beantwoorden. Je kunt nooit weten of dat stukje antwoord je toch nog punten oplevert. En als je niet zeker bent van een antwoord, elimineer dan alvast de oplossingen die zeker niet kunnen, en kies vervolgens tussen de overgebleven mogelijkheden. |
 |
En ook
Er zijn faalangstige leerlingen die een slechte toets maken als zij de eerste vraag niet kunnen beantwoorden. Sommige onzekere leerlingen durven na de toets hun handboek of werkschrift niet te bekijken, uit angst te moeten ontdekken dat zij op de toets fout hebben geantwoord. Weer anderen piekeren zich suf en zitten diep in de put, wanneer ze denken een slechte toets te hebben gemaakt. Zij kunnen zich dan niet concentreren bij het studeren voor de volgende toets. Als jij zo'n leerling bent, aarzel dan niet om er met je klassenleerkracht, met een andere leerkracht, met de leerlingenbegeleider of met de vertegenwoordiger van het CLB over te spreken. Want tegenwoordig zijn er heel wat hulpmiddeltjes om faalangst te bestrijden.
|