naar de startpagina

Anker
studiewijzer
4. Instuderen van leerstof
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Voor heel wat leerlingen betekent studeren hetzelfde als uit het hoofd leren of memoriseren
Je kunt er goede resultaten mee halen als het om een beperkte leerstof gaat. Maar als de leerstof omvangrijker en vooral ingewikkelder wordt, is memoriseren als enige studiemethode uitgesloten. Uit het hoofd leren is immers slechts een onderdeel van het studeren.

Het meeste geheugenwerk doe je tijdens de examenperiode. Tijdens het jaar te veel memoriseren kan tijdrovend zijn en kan je ontmoedigen omdat je blijkbaar toch veel vergeet. Bovendien loop je het gevaar te vlug te willen memoriseren, zodat het begrijpen en verwerken verwaarloosd worden. Je mag niet vergeten dat je tijdens het maken van overzichten, het structureren, het herlezen en het herwerken ook bezig bent met memoriseren.
Sommige belangrijke zaken, of vrij moeilijke gegevens, die je vaak nodig hebt tijdens het jaar kan je wel memoriseren. Regel is dan wel dat je deze gegevens regelmatig gedurende korte perioden doorneemt.
Soms hoor ik leerlingen zeggen: "Ik kan niet goed onthouden en daarom haal ik slechte cijfers". Iedere maandag weten ze echter alles over het voetbal: de uitslagen, de rangschikking, de doelpuntenmakers, enz. Meer nog: ze weten ook nog de uitslagen van de voorbije weken, maanden en misschien zelfs jaren. Ze komen aandragen met verhalen over grootse matchen uit vervlogen tijden. Die verhalen, ook die uitslagen, zitten heel gestructureerd in het hoofd. Ze worden niet vergeten omdat men er voortdurend mee bezig is!
Andere leerlingen hoor ik honderduit vertellen over films die ze hebben bekeken of over avontuurlijke reizen die ze hebben ondernomen. Waarom onthouden ze die films en reizen wel en wat ze in de klas leren niet of zeer moeilijk?
De mens gebruikt zijn geheugen om informatie in te prenten, op te slaan en terug op te halen
Het inprenten gebeurt via het zintuiglijk geheugen: je hoort, ziet en doet van alles. Voor ieder persoon ligt de klemtoon anders: de een onthoudt beter als hij/zij iets gezien heeft, een ander als hij/zij iets gehoord heeft, een derde als hij/zij iets gedaan heeft. Inspelen op dit gegeven is nuttig bij het memoriseren. Je geheugen kan dus ondersteund worden door:
het zicht: werken met kleuren, symbolen, tekeningen. Voorafgaande voorwaarde is: goede aantekeningen hebben! Een bladzijde, waarin geen enkel woord onderstreept wordt, zal minder gemakkelijk onthouden worden dan wanneer er woorden worden onderstreept en/of met kleurpotloden wordt gewerkt. Zo'n bladzijde wordt minder vlak, ze krijgt profiel en precies langs de inkleuring onthou je gemakkelijker de inhoud.
het gehoor: actief opletten in de les, tijdens het leren de les opzeggen, discussiëren met medeleerlingen ... Sommige leerlingen moeten luidop leren. Er zijn er ook die samen met anderen leren. Daarbij kan veel tijd verloren gaan, zeker als het samen leren uitmondt in samen giechelen en samen afgeleid zijn. Maar het hoeft zo niet te zijn: het auditief geheugen kan een vruchtbaar redmiddel zijn voor moeilijk te onthouden leerstof. Je ziet leerkrachten er ook wel gebruik van maken, bijvoorbeeld als ze moeilijke leerstof uitleggen aan de hand van een verhaaltje.
de motoriek: opschrijven, thuis de les opzeggen en ondertussen gebaren maken, tijdens het opzeggen op en neer lopen ... Kleuters en lagere schoolkinderen maken ervan gebruik om versjes en dies meer van buiten te leren. Middelbare scholieren leren soms door de leerstof enkele keren over te schrijven.
De zintuiglijke informatie verdwijnt zeer snel en wordt dan vergeten of gaat naar het korte-termijngeheugen. Dit geheugen heeft drie eigenschappen:
    • de informatie kan gedurende langere tijd worden vastgehouden, op voorwaarde dat er herhaling is.
    • het heeft een beperkte capaciteit
    • het is het geheugen waarmee je werkt. Bij het studeren zorgt dit systeem voor het inprenten van de leerstof en het goed doorsturen ervan naar het lange termijngeheugen
Het lange-termijngeheugen dient om de gegevens vast te houden die op een bepaald ogenblik niet direct nodig zijn of niet permanent onder de aandacht moeten blijven. Met andere woorden het dient niet alleen voor een toets ‘s anderendaags, maar ook voor een jaar nadien of zelfs veel later.
De beperkte capaciteit van het korte-termijngeheugen heeft consequenties naar de manier waarop we informatie inprenten om te onthouden. Tijd en herhaling zijn daarbij van groot belang. Vooral voor leerstof zonder veel samenhang is gespreid memoriseren aan te raden.

Ga altijd eerst na wat je echt uit het hoofd moet leren en wat niet, en waarom dit zo is. Inzicht en begrip leiden vaak tot betere resultaten dan al die van buiten blokkerij. Maak verder handig gebruik van hulpmiddeltjes, zoals schema's en ezelsbruggetjes.

 

 

 

 

 

 

 

 

Het vraagt een inspanning om dingen te onthouden
Eerst moet je je concentreren op wat je precies moet onthouden. Vervolgens moet je je echt willen herinneren, anders lukt het niet! Je kunt dingen beter onthouden als je begrijpt wat je probeert te onthouden. Als je de woorden niet begrijpt die je in je geheugen opslaat, zul je ze niet erg lang kunnen onthouden en - erger nog - je zult ze nooit kunnen gebruiken/ toepassen. Probeer daarom niet alles te onthouden, enkel de belangrijkste dingen. En probeer telkens het geleerde in je eigen bewoordingen te formuleren.

Hier zijn tips die je helpen om dingen beter te onthouden:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



Vergeten betekent dat de opgedane informatie weer verloren gaat.