naar de startpagina

Anker
studiewijzer
3. Activiteiten na schooltijd
 

Na schooltijd zou er eigenlijk moeten gestudeerd worden. 
Maar naast studeren hebben jonge mensen ook nog andere belangrijke en interessante activiteiten.

 

 

 

 

 

 

 

De tijd die je besteedt aan de studie, zou evenwichtig verdeeld moeten worden over de week. Het is goed om een werkrooster op te stellen per week. Maar vooraleer je kunt bepalen wat je gaat studeren op welke dag van de week, moet je eerst nagaan wat je nog allemaal te doen hebt na schooltijd.
  • Ik noem een paar activiteiten op, die de meeste jongeren na schooltijd hebben: sportclub, jeugdbeweging, allerlei hobby's, karweitjes in het huishouden, vriendenbezoek, tv kijken, muziek beluisteren, lezen, bioscoopbezoek , enz. 
  • Nu zou je alle naschoolse activiteiten kunnen invullen op een weekkalender. Blijft er iedere dag genoeg tijd over voor de studie? Met andere woorden: is er nog plaats genoeg om de uren te bepalen waarop je je lessen leert en je taken maakt? Indien je niet iedere dag een tweetal uurtjes kunt reserveren voor studietijd, kan dan een en ander beter geregeld worden? Moet er dan niet gesnoeid worden in het aanbod van ontspanning, hobby's, enzovoort? 
  • Sommige leerlingen, die een overaanbod hebben van naschoolse activiteiten, menen de oplossing gevonden te hebben door nu en dan eens wat langer te studeren. Spijtig genoeg moet ik hen teleurstellen: nu en dan wat meer studeren betekent vaak: de andere keren haast niet studeren. Dan helpt die "nu en dan wat meer" niet! De beste methode is iedere dag studeren volgens een schema dat de hele week bestrijkt.
  • Sommige leerlingen met drukke bezigheden "studeren" telefonisch en enkele chatten al via internet. Dat komt omdat zij van medeleerlingen uitleg willen krijgen over schooltaken. De dure telefoonrekening buiten beschouwing gelaten, is deze manier van studeren vaak niet goed. 

 

 

 

 

 

Eigenlijk moet je je activiteiten na schooltijd aanpassen aan je studietijd. Veel leerlingen doen net omgekeerd. Dat is fout. De eerste opdracht van een leerling is studeren. Je zou het zo kunnen stellen: leerling zijn is het beroep van alle mensen jonger dan 18 jaar. Dat beroep brengt natuurlijk ook verantwoordelijkheden met zich mee. Van iedere leerling wordt bijvoorbeeld verwacht dat hij/zij ernstig studeert. Dus: wie naar school gaat, moet na school, thuis of in de studiezaal van de school, studeren. Voor iedere dag moet ongeveer evenveel tijd worden voorzien. Je mag rekenen op 2 tot 2,5 uur per dag. Een goede raad: werk met periodes van 50 tot 60 minuten. Tussen twee perioden las je een korte onderbreking in voor wat ontspanning. Plan de studieperioden bovendien zo dat ze elke dag op hetzelfde uur beginnen en eindigen. Ook in het weekend moet er gestudeerd worden. Dan kunnen de uren afwijken van die van de andere dagen. Vaste uren betekenen vaste gewoonten en een vast studieritme.
Bij het plannen van de studietijd moet je natuurlijk ook rekening houden met de andere activiteiten. Vaste sporttrainingen kunnen bijvoorbeeld niet verplaatst worden. Maar om te komen tot vaste studieperioden kan er misschien wel iets veranderen aan de huidige gewoonten in het gezin. Klusjes bijvoorbeeld op een ander tijdstip opknappen. Misschien kan het avondeten iets vroeger. Dat kan natuurlijk niet altijd, want men dient rekening te houden met meer personen in een gezin. Sommigen leren eerst een half uurtje, gaan dan aan tafel, en leren na het tafelen nog een uurtje. Beter zou zijn als zij eerst zouden eten en daarna beginnen te leren. Een ander voorbeeld: lawaaierige bezigheden van andere gezinsleden (piano spelen bijvoorbeeld) laten aansluiten op een ontspanningsperiode... 
Sommige leerlingen voorzien in hun schema ook ‘s morgens voor het naar school gaan 15 tot 30 minuten studietijd. Deze tijd gebruiken ze om de lessen die op die dag worden gegeven nog eens na te kijken. Het is best mogelijk dat je dit tot nu toe nog nooit deed. De meeste leerlingen zijn immers nauwelijks een uurtje, wablief een halfuurtje wakker vooraleer naar school te gaan. Wie te laat opstaat, komt nog moe en zeker heel suf aan op school. Het eerste lesuur is dan gewoonlijk een maat voor niets.