 |
Iedereen studeert bij voorkeur altijd op dezelfde, rustige
plaats. Dat kan zijn: je kamer, de studiezaal, een klas (als je daar wenst te studeren na 16.00 uur). Moet je de kamer delen met broer of zus, dan zouden jullie elk een eigen studeerhoek moeten hebben. Studeren in de woonkamer is niet ideaal: je wordt dan gemakkelijk afgeleid ...
|
 |
De studeerhoek moet sober zijn en mag gezellig worden ingericht.
 |
Let wel, er is een verschil tussen gezellig en knus. Je moet er graag vertoeven, maar er mogen geen spullen zijn die kunnen
afleiden. Alles moet uitnodigen om te werken. Dus geen TV, geen ‘prulobjecten', maar wel bijvoorbeeld een bureaulamp die je helpt je aandacht te richten naar wat voor je ligt. |
 |
Je tafel of bureau staat niet voor het
raam, om te voorkomen dat je voortdurend naar buiten kijkt. Beter is een tafel tegen de muur. Die tafel mag best groot zijn, maar het voornaamste is dat er orde heerst! |
 |
Tegen de muur mag gerust een groot prikbord hangen. Dit kan je gebruiken voor het aanbrengen van korte boodschappen of bijvoorbeeld van een moeilijk onderdeel van de leerstof dat je maar niet kunt onthouden. |
 |
Naast je werktafel staat liefst een rek of een
kast. Daarin berg je al je spullen op die met de school te maken hebben. Zorg dat alles overzichtelijk een plaats krijgt: handboeken en schriften, woordenboeken, atlas ... moeten een vaste plaats krijgen. Dat voorkomt nodeloos zoeken of ‘kwijtraken'. |
 |
Hulpmateriaal zoals schaar, lijmstift, plakband, liniaal, schrijfgerief, enzovoort, kan bij de hand liggen. Je hebt het voortdurend nodig en moet dan niet telkens rechtstaan en gaan zoeken. |
 |
Computerspelletjes en een muziekinstallatie horen
in geen geval thuis in de studeerhoek.
|
|
|