naar de startpagina

Anker
studiewijzer
1. Actief volgen in de les  
 

Een goed begin is het halve werk. 
Een goed gevolgde les halveert de studietijd.

luisteren
luisteren en begrijpen
efficiënt noteren
notities verwerken en jezelf vragen stellen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

luisteren 

  • In de les start je met een eerste verwerking van de leerstof, zodat die niet meer volslagen ongekend is als je aan je studeertafel zit. Voorwaarde is natuurlijk dat je oplet in de klas! Opletten, d.i. actief meedoen tijdens de les, is heel wat anders dan ‘aanwezig' zijn! Je moet met name willen leren! Als de wil tot leren ontbreekt, wordt het niks. 
  • Je hoort wat de leerkracht belangrijk vindt, waar de klemtonen liggen! Dan weet je ook wat je beslist moet kennen en kunnen!
    • De les wordt uitgelegd (lees: uit - gelegd). Wanneer een leerkracht een les uitlegt (lees: uit - legt), dan vertelt hij/zij de les in eigen bewoordingen, verklaart de moeilijke delen en maakt oefeningen om de leerlingen toe te laten de inhoud van de les te snappen.
    • Je krijgt aanvullingen, verduidelijkingen en zeker ook voorbeelden... Daardoor kunnen moeilijke stukken leerstof gemakkelijker worden/lijken. Je moet dan wel de voorbeelden en verduidelijkingen onthouden/noteren en ze straks - thuis - bij het instuderen verwerken.
    • Je merkt snel in de klas of je de leerstof begrijpt en waar je in de leerstof moeilijkheden ervaart. Dan weet je ook of je thuis nog veel tijd nodig hebt bij de verwerking ervan.
  • Je verneemt in de klas ook een en ander over de overhoringen, de controletoetsen en de summatieve toetsen. Je manier van studeren zal moeten aangepast worden aan de wijze van ondervragen
    • Zijn het meerkeuze - of open vragen bijvoorbeeld die gesteld worden? 
    • Moet je de leerstof van buiten kennen of worden vaardigheden getoetst? 
    • Zijn het vooral oefeningen die gevraagd worden? Kun je die oefeningen maken zonder je theorie goed te beheersen? 
    • Vraagt de leerkracht definities? 
    • Moet je uit het boek leren? 
    • Zegt hij/zij ooit: "Dit staat niet in het boek maar je moet het zeker onthouden?"

 

 

 

 

  luisteren en begrijpen 

  • Tracht te begrijpen wat de leerkracht uiteenzet. Dat is al een zware opdracht, want dan mag je niet wegdromen, niet met je gedachten elders vertoeven.

  • Probeer te ontdekken waarom de leerkracht deze leerstof geeft en geen andere. 

    • Welke zijn de doelstellingen? 

    • Wat kun je met deze leerstof aanvangen? 

    • Welke rode draad volgt deze les?

  • Tracht in de les reeds een onderscheid te maken tussen de kerninformatie en de details. De leerkracht maakt dit onderscheid doorgaans zelf in de les. Gebruik dan een kleurpotlood of iets dergelijks om markeringen aan te brengen in je aantekeningenschrift. Er zijn leerkrachten die tijdens hun les weleens een vraag aanduiden die ze zeker tijdens de proefwerken zullen stellen. Noteer dan vlug die vraag.

  • Als je goed oplet in de les zul je merken of je voorkennis al of niet toereikend is. Ook zul je ontdekken waar voor jou de valkuilen en moeilijkheden liggen. 

    • Ideaal is natuurlijk dat je op voorhand de les globaal even doorneemt. Het is mogelijk dat de leerkracht het handboek of de cursus op de voet volgt. Dan kan het perfect. Er zijn bijna geen leerlingen, die leerstof van te voren bekijken. Je zou nochtans vlug merken, dat je dan veel meer leerstof uit de les meedraagt. 

    • Wat je uiteraard niet mag vergeten is de vorige les te overlopen. Je les nakijken, noemt men dat. Dan heb je al enige kennis, je bent namelijk vertrouwd met enkele begrippen en vaktechnische termen.

    • Is je voorkennis onvoldoende, bijvoorbeeld over de Franse stamtijden, dan zul je - vrijwillig liefst! - er extra aandacht aan moeten besteden. Aarzel niet en vraag de leerkracht om raad. 

  • Stel vragen aan de leerkracht. Als je bang bent dat het een domme vraag is, stel haar dan eerst aan medeleerlingen. Als die geen antwoord weten, is het een goede vraag en hebben zij er ook belang bij dat jij ze stelt.

  • Tenslotte is het van groot belang dat je gemotiveerd bent en fit genoeg om aandacht te geven. Ook tijdens het eerste uur op maandag en het laatste uur op vrijdag... Een leerling van de tweede en derde graad kan acht uur slaap goed gebruiken, sommigen hebben negen uren nodig om te bekomen van de beslommeringen van de dag. Er zijn leerlingen die avond in avond uit vele uren TV - kijken. Verder zijn er leerlingen, die drie tot vier trainingen per week en nog een match in het weekend afwerken met hun sportclub. Ook zijn er leerlingen die een job hebben in het weekend. Anderen kijken reikhalzend uit naar het weekend, omdat ze dan kunnen uitgaan. Verschillende van die leerlingen zijn in de les niet fit genoeg ...
    Wie denkt dat men in de les mag rusten, in zijn bank mag ‘hangen', er met zijn gedachten niet bij hoeft te zijn... zit goed fout! Dat blijkt uit het bovenstaande. 
    Opletten - luisteren en begrijpen - is echter niet het enige dat telt, je moet ook doeltreffend kunnen noteren.

 

 

 

 

 

efficiënt noteren 

  • Een vlijtige en ernstige leerling steekt heel veel op in de les. Bijna de helft van wat hij/zij later - tijdens grote toetsen - kan weergeven, weet hij/zij nog uit de les. De andere helft moet komen van het achteraf studeren. Om thuis doeltreffend te kunnen studeren moet je in de klas niet alleen actief geluisterd maar ook efficiënt genoteerd hebben.

    • Vooral in de derde graad, maar toch ook al een beetje in de tweede graad, zul je efficiënt leren noteren. Je leert dan niet alleen aandacht schenken aan WAT de leerkracht vertelt (de inhoud van de les), maar ook aan HOE hij/zij het vertelt (de betekenis die hij aan de inhoud geeft). 

  • Efficiënt noteren is uiterst belangrijk. Veel leerlingen van het vierde, vijfde en zesde jaar hebben er moeite mee. Die van het derde jaar nog niet zozeer, omdat de leerkrachten nog vaak helpen bij het efficiënt leren noteren: zij dicteren de te kennen leerstof; zij presenteren een samenvatting via slides; zij werken met een werkschrift, dat geheel of gedeeltelijk wordt ingevuld in de les, enz. Vanaf het vierde jaar worden de leerlingen echter stilaan uitgenodigd tot zelfstandig aantekeningen maken. En dan komt de aap uit de mouw!

    • Je start alvast met een aantekeningenschrift of papier in A4- formaat, dat je meteen zorgvuldig ordent in een opbergband. Kom dus niet aandraven met losse blaadjes, met gekreukte papiertjes, een kladje hier en een vodje ginder... Losse papieren raken zoek, liggen al vlug door elkaar, enz.

    • Maak ook geen aantekeningen in je handboek. Oplossingen van oefeningen horen thuis in een werkschrift, niet in een handboek. Als het antwoord op een vraag reeds ingevuld werd in het handboek, kom je niet meer tot doeltreffend studeren!

  • Efficiënt noteren is selecteren in wat je noteert. 

    • Sommige leerlingen trachten elk woord dat de leerkracht uitspreekt ijverig neer te pennen. Ze komen vlug in de problemen, want tegelijkertijd luisteren, begrijpen én alles noteren, dat gaat niet. 

    • Andere leerlingen noteren niets en vinden de les maar een saaie bedoening. De leerkracht moet vaak opmerken: "Noteren jullie niets? Hoe gaan jullie dit vraagstuk later oplossen, mocht het gevraagd worden tijdens de proefwerken? " Als je weinig noteert, heb je ook niet veel te studeren thuis. Dan kun je triomfantelijk zeggen: "Ik heb niets te doen voor de school, vandaag". Uiteraard is dit niet waar. Er is altijd wel wat te doen voor de school: een opstel, een boekbespreking, een herhaling van een hoofdstuk, nog wat woordjes leren, en dies meer. 

  • Enkele nuttige tips bij het selectief noteren :

    • pen geen lange volzinnen neer maar werk met sleutelwoorden, kernwoorden, afkortingen en tekens. Zorg ervoor dat je achteraf nog vlot je ‘telegramstijl' kunt lezen

    • bouw een overzichtelijke structuur op, geef de ‘rode draad' weer: titels, opsommingen (1, 2, 3 ...), schema's

    • onderscheid hoofd - en bijzaken

    • schrijf duidelijk

    • nummer je pagina's en dateer je lessen

    • gebruik voldoende papier van hetzelfde formaat, dat je aan één kant beschrijft. Als je toch recto verso schrijft, laat dan een grote marge vrij voor aanwijzingen en aanvullingen achteraf. Zo behoud je een beter overzicht op je aantekeningen

  • Leerkrachten stoten bij het controleren van schriften soms op verzamelingen tekeningen en/of teksten van songs. Ze bevinden zich op de kaft of links of rechts tussen leerstofonderdelen in. Heel leuk is dat maar in het geheel niet efficiënt. De betrokken leerlingen werden eerst in de les afgeleid - waarschijnlijk verveelden zij zich - en zullen opnieuw afdwalen bij het instuderen van de leerstof - vermoedelijk zullen zij dan nog een tekeningetje toevoegen en een extra song inlassen!

 

 

 

 

 

notities verwerken en jezelf vragen stellen 

  • Bestudeer de behandelde leerstof zo vlug mogelijk na de les, liefst dezelfde avond nog. Alles ligt dan nog vers in het geheugen. Sommige leerlingen studeren schriftelijk, namelijk door hun notities over te schrijven. Dat is tijdverlies! Het is beter je notities door te nemen, vollediger te maken door aantekeningen en aanvullingen te maken, zelf vragen te stellen en onduidelijkheden aan te stippen en op te lossen. 

  • Bij het verwerken kan je bijvoorbeeld:

    • sleutel - en signaalwoorden onderstrepen

    • cijfer - of lettersignaaltekens omcirkelen

    • accenten aanbrengen bij belangrijke passages of verwijzen naar het handboek (aanstrepen, kleurmarkeringen, omkaderen, pijltjes, uitroepteken, enz.):

      • plaats een uitroepteken bij essentiële tekstgedeelten

      • breng een cirkel aan rond belangrijke woorden of formules

      • plaats cijfers of letters bij opsommingen of indelingen die niet duidelijk zijn aangegeven

      • verwijs in de kantlijn naar andere pagina's, waar leerstof staat die met dit onderwerp verband houdt

      • onderlijn structuurwoorden, zoals ‘vooreerst', ‘vervolgens', ‘verder', ‘tenslotte'...

  • Waarom zou je vragen stellen bij je notities?

    • Vragen zetten je in beweging, maken je actief tijdens het studeren. Een vraag verlangt een antwoord en dat activeert. Door te werken met vraag en antwoord blijf je langer geconcentreerd en dring je dieper door in de leerstof.

    • Door vragen te stellen, krijg je ook meer zicht in de opbouw van de tekst en begrijp je de stof beter.

    • Door op elke vraag een antwoord te formuleren, ga je de tekst beter onthouden. Dwing jezelf het antwoord te formuleren. Als daarbij problemen ontstaan, dan blijkt meestal dat je de les onvoldoende begrepen hebt. 

  • Welke vragen kun je stellen? Hier volgen enkele voorbeelden:

    • Begrijp ik wat de leerkracht heeft uiteengezet?

    • Welke aanwijzingen krijg ik naar doelstellingen en verwachtingen naar de toetsen toe?

    • Bestaat er een verband tussen deze leerstof en die van de vorige lessen? Zo ja, welk?

    • Zijn dit hoofd - of bijzaken?

    • Welke klemtonen worden gelegd?

    • Zijn mijn notities voldoende duidelijk voor later? Of moet ik ze vergelijken met die van andere leerlingen? Begrijp ik al mijn aantekeningen?